Onderdeel kennis van de samenleving
34 25 22 44 20
74 35 12 100 50
84 15 88 6
94 99 66 26
77 67 33 14
78 55 93 52
87 45 11 46
Onderdeel Nederlandse taal
Nazeggen
Ik heb een nieuwe fiets en een oude
Heb je een pen bij je?
Bent u getrouwd?
Zou je dat wel willen ?
Hoe kon dat zo gebeuren?
Ik denk dat het bijna twaalf uur is.
Pas op! Voorzichtig!
Zij kunnen heel goed zwemmen.
Hoe zag hij eruit?
Wat voor mensen doen zulke dingen?
Deze korte broek past niet,
Ze had een erg litteken op haar gezicht.
Korte vragen
Welke maand komt na januari? februari
Wat doe je in je portemonnee? geld
Zijn wielen rond of vierkant? rond
Wat is zoet, suiker of zout?suiker
Wat doe je met een oven? bakken
Wat doe je met je mond? praten
Hoe noem je de vader van je moeder? opa
Is het in de nacht licht of donker? donker
Hoeveel centimeter is een meter? 100
Wat is groter, een boom of een plant? boom
Wat doe je met een schaar? knippen
Welk seizoen komt na de lente? Zomer
Wat komt uit de kraan? water
Wat doe je met een mes? snijden
Nazeggen
Ik schaamde me zo toen ik het antwoord niet wist.
Ze zouden een paraplu hebben moeten meenemen.
Ik had niet zo laat naar bed moeten gaan.
Ik was vaak te laat op mijn werk.
Mag ik u enkele vragen stellen?
We moeten het wat rustiger aan gaan doen.
Welke kant gaan we op vanaf hier?
Kunt u mij vertellen hoe laat het is.
U gaat bij de volgende stoplichten linksaf
Ik moet nog even boodschappen doen.
Doe je het licht uit als je weggaat ?
Ik hoop niet dat het straks gaat regenen.
Tegenstellingen
Leeg-vol
Dood-leven
Buiten-binnen
Verboden-toegestaan
Met-zonder
Altijd-nooit
Staan-zitten
Op-onder
Rechts-links
Hoog-laag
Boos-blij
Snel-langzaam (traag)
Onderdeel kennis van de samenleving
1 2 92 83
21 12 3 93
31 22 13 4
41 32 23
51 42 33
61 52 43
71 62 53
81 72 63
91 82 73
Onderdeel kennis van de Nederlandse taal
Nazeggen
Kijk naar het woord
Let op je rug
Hij vraagt de juf om hulp
Blijf op je plaats zitten
Wijs het woord maar aan
Hij trekt zijn trui uit
Het boek gaat over een reus
Dat is in orde
Hassan komt uit marokko
Wat is er aan de hand?
De klok loopt goed
Heb je je tong verloren?
Korte vragen
Kun je met een lepel eten? ja
Is een jongen een man of een vrouw? man
Eet je in de ochtend een ontbijt? ja
Wanneer is de lunch? ’s Middags
Hoeveel neuzen heeft een mens? 1
Heeft een mens vijf handen of twee handen? Twee
Renate is 15 en Anne is 13…wie is er jonger?
Hoeveel vingers heeft een mens? Tien
Kan een vliegtuig vliegen? Ja
Welke kleur heeft de lucht? Blauw
Wat is langer een uur of een kwartier? Uur
Kun je op een stoel zitten? Ja
Is iemand die hoofdpijn heeft ziek? Ja
Hoe noem je de zoon van je oom? Neef
Nazeggen
Hij loopt op zijn tenen
Wij hebben zin in een spelletje
Hij heeft genoeg van die melk
Karin pikt iets van mijn bord
We gaan aan tafel
Ik hou mijn zusje in de gaten
Jij loopt me altijd voor de voeten
Dat gaat per ongeluk
Ga op je hurken zitten
Niet met volle mond praten
Hoeveel kost dat? Weet ik veel
ik kom zo snel mogelijk
Tegenstellingen
Breed/smal
Scheef/recht
Vals/eerlijk
Ruw/glad
Somber/vrolijk
Samen/alleen
Sterk/slap
Mogelijk/onmogelijk
Beetje/veel
Mooi/lelijk
Onderdeel kennis van de samenleving
14 5 95 86
24 15 6 96
34 25 16 7
44 35 26
54 45 36
64 55 46
74 65 56
84 75 66
94 85 76
Onderdeel Nederlandse taal
Nazeggen
Ik heb kou gevat
De telefoon is in gesprek
Tien tegen 1 dat we winnen
Je moet niet zo uit je slof schieten
Wat voeren jullie daar uit?
Ik ben mijn stem kwijt
Hij passeert mij met een rotvaart
Ik wil je wens vervullen
Het zal me een worst wezen
Jij kan dat mooi in je zak steken
We hadden er geen erg in
Petra is gek op zuurkool
Korte vragen
Hoe noem je de man van je zus? Zwager
Is een koe een mens of een dier? Dier
Doe je een pet op je hoofd? Ja
Het is nu zes uur..over twee uur is het…? 8 uur
Kun je kleren eten? Nee
Piet is dunner dan Jan…wie is het dikst? Jan
Heeft een man een baard? Ja
Wat doe je in de keuken? Koken
Wat doe je in een slaapkamer? Slapen
Hoeveel ogen heeft een mens? Twee
Is een appel gezond? Ja
Wat is gezonder een sinaasappel of chocola? Sinaasappel
Word je van patat dik? Ja
Als je 100 jaar bent…ben je dan jong? Nee
Nazeggen
Je weet wel zo een kleine computer
Ik ben aan een kopje koffie toe
Ali viel in slaap, hij was erg moe
De bananen kosten 50 cent per stuk
Ik hou van deze muziek. Ik vraag deze plaat aan.
Ik bestel een spijkerbroek uit de catalogus
Mijn vrouw past op de kinderen
Mijn vriendin woont om de hoek
Hij heeft trek in een broodje
Zit toch niet zo te zeuren
Volgens mij heeft hij een oogje op je
De toetsen staan voor de deur
Tegenstellingen
Donker/licht
Laat/vroeg
Iedereen/niemand
Vorige/volgende
Neef/nicht
Hel/hemel
Omhoog/omlaag
Vast/los
Liefde/haat
Slim/dom
Onderdeel kennis van de samenleving
17 8 98 89
27 18 9 99
37 28 19 10
47 38 29
57 48 39
67 58 49
77 68 59
87 78 69
97 88 79
Nazeggen
Jan krijgt geen genoeg van zwemmen
Hij heeft zin in een biertje
Je moet hem ’s morgens met rust laten
Zij houdt haar broertje voor de gek
Ik hou hem in de gaten
Het ergste is nu achter de rug
Marjolijn heeft het fietsen onder de knie
Els doet de tuin voor haar plezier
Morgen moet hij op voor het examen
Kees heeft verstand van computers
Mijn moeder is op leeftijd
Mijn buurman is rond de vijftig
Korte vragen
Kim is 18 jaar en Peter is 32 jaar wie is er ouder? Peter
Is Jan een jongen? Ja
Hoeveel uur heeft een dag? 24
Hoeveel kwartier heeft een uur? 4
Wat is korter een kwartier of vijf minuten? Vijf minuten
Is een hond paars? Nee
Komt er uit de kraan alleen warm water? Nee
Kan iemand die blind is zien? Nee
Is de zon rond of vierkant? Rond
Is een dag langer dan een jaar? Nee
Welk seizoen is kouder…de herfst of de lente? De herfst
Trek ik een jas aan als ik naar buiten of naar binnen ga? Buiten
Is een broek kleding? Ja
Is moeder een beroep? Nee
Nazeggen
Zijn oom ligt op sterven
Mijn zoontje was in tranen
Resa woont op kamers
Ik ben zeker van mijn zaak
Ik ben trots op mijn zoon
Ik heb geen tijd voor grapjes
Hij heeft geen trek in kaas
Ik heb genoeg van school
Ik maak me zorgen over haar
In geval van nood moet je 112 bellen
Een ander huis zoeken is voor later zorg
Dat komt goed uit
Tegenstellingen
Buiten/binnen
Rustig/druk
Met/zonder
Goedkoop/duur
Meestal/soms
Aan/uit
Voor/over
Lang/kort
Daar/hier
Later/eerder
Onderdeel kennis van de samenleving
20 76 55 91
30 45 25 42
40 92 96 73
50 62 72
60 81 44
70 66 22
80 12 31
90 51 71
100 14 11
Onderdeel kennis van de Nederlandse taal
Nazeggen
Dat komt voor elkaar
Ze zoeken weer ruzie
Daar heeft u gelijk in
De vakantie is achter de rug
Wie A zegt moet ook B zeggen
Hij zit op zijn geld
Hij gelooft zijn ogen niet
Zij zitten met hun handen in het haar
Je kunt geen ijzer met handen breken
Eens even op de klok kijken
Zij gaan de bloemetjes buiten zetten
Mijn zussen praten over ditjes en datjes
Korte vragen
Kun je met geld betalen? Ja
Hoe noem je de dochter van je tante? Nicht
Het is nu twee uur..over een kwartier is het….? Kwart over twee
Het is vandaag zaterdag..overmorgen is het..? maandag
Heeft een paard benen of poten? Poten
Heeft een mens twee benen of 3 benen? Twee
Is zondag een werkdag? Nee
Wat noemen we het weekend? Zaterdag en zondag
Noem een werkdag… maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag
Het is nu woensdag..gisteren was het…? Dinsdag
Welk seizoen is het koudst? De winter
Welk seizoen is het warmst? De Zomer
Wat doet een bakker? Brood bakken
Als iets ingewikkeld is, is het dan makkelijk of moeilijk? Moeilijk
Nazeggen
Opschieten! Tijd is geld
Wij zijn vrienden door dik en dun
Jij stond voor aap
Ik doe het voor de grap
Je hebt groot gelijk
Dat grapje loopt uit de hand
Hij houdt alles voor zich
Ik doe er wel een papiertje om
Sorry ik kan nooit op dinsdag
Er komt nog vijftien euro kosten bij
Mijn auto is in goede staat
Ik leer Nederlands voor mijn plezier
Tegenstellingen
Goed/fout
Jongen/meisje
Dochter/zoon
Rechts/Links
Voor/achter
Broer/zus
Tante/oom
Gisteren/vandaag
Ochtend/avond
Vandaag/morgen
Onderdeel kennis van de samenleving
47 77 44
88 64 66
98 22 75
25 33 84
16 97 15
53 99 31
48 12 91
74 8 17
52 100 50
11 59 70
Onderdeel Nederlandse taal
Nazeggen
Ze geeft hem altijd de schuld
Ze zoeken weer ruzie
Waar is dat goed voor?
We moeten haast maken
Tot nu toe heb je niets fout
Pas goed op je broertje
Kijk uit voor de hete thee
Blijf op je plaats zitten
Sam ruimt zijn kamer op
Ga je mee naar buiten?
Merel trekt haar sok aan
De ruzie gaat over een gum
Korte vragen
Ben je gezond of ziek als je de griep hebt? Ziek
Mijn vader is langer dan mijn moeder..wie is het langst? Vader
Is leraar een beroep? Ja
Als ik boos ben…ga ik dan lachen? Nee
Is de nacht licht of donker? Donker
Schijnt de zon overdag? Ja
Heeft een verkeerslicht drie of zes lichten? Drie
Wat is eerder…acht uur of half negen? Acht uur
Wat is gezonder snoep of fruit? Fruit
Is een peer groente? Nee
Zijn groente en fruit goed voor de gezondheid? Ja
Het is nu vrijdag…eergisteren was het? Woensdag
Legt een haan een ei? Nee
Het is nu negen uur…over een half uur is het? Half 10
Nazeggen
In de herfst vallen de bladeren van de bomen
Het is erg koud in de winter
Peter speelt op school altijd in de zandbak
Om twaalf uur is het tijd om naar huis te gaan
De verjaardag van Niels wordt altijd gevierd
Bij de gemeente kun je je paspoort ophalen
Op zondag zijn bijna alle winkels gesloten
Als je iets niet weet dan moet je het vragen
In de zomer gaan veel mensen op vakantie
Het is erg belangrijk om Nederlands te leren
Ik hou van spelletjes spelen op de computer
Ik fiets elke dag ongeveer een uur
Tegenstellingen
Mooi/lelijk
Geven/krijgen
Vraag/antwoord
Lief/stout
Schoon/vies
Kopen/verkopen
Komen/gaan
Vorige/volgende
Neef/nicht
Hel/hemel
Onderdeel kennis van de samenleving
90 47 49
100 68 34
10 3 43
41 23 9
71 97 82
29 16 30
99 36 20
37 88 92
26 79 80
5 2 7
Onderdeel Nederlandse taal
Nazeggen
Mijn moeder kan niet tegen schelden
Zij komt uit een grote familie
Vind jij dat ook niet vervelend?
Soms kan je beter zwijgen dan praten
Hij is een gevoelige jongen
Haar vader heeft al 25 jaar hetzelfde beroep
Ik ben niet van plan om te stoppen met leren
Als iets ingewikkeld is dan is het moeilijk
Karim kijkt graag naar de Nederlandse televisie
Ik trek vandaag mijn spijkerbroek aan
Haar lievelingskleur is donker blauw
Ik heb een poes als huisdier
Korte vragen
Staat een oven in de keuken? Ja
Wat doe je in een keuken? Koken
Kan ik met een bril kijken? Ja
Als ik blind ben kan ik dan niet zien of niet horen? Niet zien
Is januari een seizoen? Nee
Is oma een mens of een dier? Mens
Wat is gezonder melk of limonade? Melk
Hoeveel seizoenen heeft een jaar? Vier
Heeft de mens een lichaam? Ja
Heeft een huis een huiskamer? Ja
Wat is duurder…een trui van 15 euro of 30 euro? 30 euro
Wordt iets goedkoper met korting? Ja
Is oktober een seizoen of een maand? Maand
Welke maand komt voor mei? April
Nazeggen
Spreken is zilver en zwijgen is goud
Mijn opa en oma wonen bij mij in de buurt
Ik speel met mijn neefje in de speeltuin
Jan is liever buiten dan binnen
Ik heb geen trek in limonade
De meester denkt er nog over na
De jongen schopt de bal in het doel
Ik ben goed in dictee en rekenen
In het buitenland schijnt de zon vaker dan in Nederland
Ik woon samen met mijn familie in een dorp
Iemand die veel geld heeft is rijk
Het is maar hoe je het bekijkt
Tegenstellingen
Rustig/druk
Zwaar/licht
Vlakbij (dichtbij)/ ver
Oud/nieuw
Meneer/mevrouw
Boven/beneden
Meer/minder
Veel/weinig
Eerste/laatste
Traag(langzaam)/snel
Onderdeel kennis van de samenleving
78 4 40
87 65 64
45 56 46
54 75 99
25 57 9
52 18 36
94 81 63
49 32 100
13 23 7
31 60 17
Onderdeel Nederlandse taal
Nazeggen
Het zou fantastisch zijn als je mee gaat
Als ik op reis ga neem ik mijn koffer mee
Ik spreek mijn vriend elke dag
Een papegaai houdt van nazeggen
Ik werk met vijftig man op 1 afdeling
Op de basisschool zitten kinderen tot 12 jaar
Sander houdt niet van voetballen
Ik ben erg op hem gesteld
Wie niet waagt wie niet wint
De kinderen hebben een schoolplein om op te spelen
Mariam gaat het liefst elke dag winkelen
Peter doet 1 keer per week boodschappen
Korte vragen
Als iets eenvoudig is, is het dan makkelijk of moeilijk ? Makkelijk
Als iets kookt, is het dan heet of koud ? heet
Wat doe je in een bed ? slapen
Hoeveel zijden heeft een driehoek ? drie
Hoe smaakt suiker ? zoet
Wat is groter een muis of een konijn ? konijn
Welk getal komt na 19? 20
Welke kleur heeft bloed? Rood
Is je nicht een man of een vrouw? Vrouw
Is tekenen een hobby of een beroep? Hobby
Is een gezicht vierkant? Nee
Fiets je op een rivier of op een pad ? pad
Is ijs warm of koud ? koud
Wat is minder…24 euro of 11 euro? 11 euro
Nazeggen
Vandaag heb ik anderhalve kilo paprika gekocht
Daar kopen we vis en vlees
Die vind ik in de supermarkt veel te duur
Wil je een brief versturen?
Je moet daarvoor op het postkantoor zijn
Wil je geld opnemen of een pakje versturen?
Ik woon in het centrum van de stad
Dat is heel wat sneller dan met de auto
Onze kinderen hebben nog 1 oma
Ze woont in een huis voor oude mensen
Naar welke school gaat uw kind na de basisschool?
Ik wil graag politieagent worden
Tegenstellingen
Dik/dun
Zoon/dochter
Makkelijk/moeilijk
Haat/liefde
Snel/langzaam(traag)
Eerlijk/vals
Hemel/hel
Niemand/iemand
Glad/ruw
Vrolijk/somber
Onderdeel kennis van de samenleving
27 1 59
72 85 95
89 58 48
98 70 84
5 10 77
35 90 33
29 61 18
92 71 82
6 41 11
16 14 51
Onderdeel Nederlandse taal
Nazeggen
Nederland heeft de dichtste bevolking van Europa
Er wonen veel mensen in mijn land
Je kunt ook telefonisch een afspraak maken
De huisarts heeft elke dag tot tien uur spreekuur
Ik ga lopend naar de bakker
Ik draag niet graag een zware tas
1 zoon woont nog bij ons thuis
Ik studeer samen met mijn vrienden in dezelfde stad
Op woensdagmiddag zijn de schoolkinderen vrij
Er zijn hier drie of vier opleidingen
De gemeenteraad noemen we het parlement
Iedereen kiest zelf een opleiding
Korte vragen
Zijn schoenen om te lopen of om te drinken ? lopen
Waar ga je naar toe als je ziek bent? De dokter
Wat is later 12 uur of half 11? Twaalf uur
Wat komt er na de zomer? Herfst
Sneeuwt het in de winter of in de lente? Winter
Wat doe je met een glas? Drinken
Als je arm bent heb je dan veel of weinig geld? Weinig
Kun je met een vliegtuig vliegen? Ja
Is een bloemkool groente of fruit? Groente
Welk dier legt eieren? Kip
Is een kip een man of een vrouw? Vrouw
Is een stier een man of een vrouw? Man
Waar woon je? Marokko
Kun je met een auto rijden of vliegen? Rijden
Nazeggen
Wat was het resultaat van zijn toets?
Op mijn school zitten 1200 leerlingen
Mijn moeder brengt mij elke dag naar school
We hebben geen eigen keuken en badkamer
Toch is mijn tas soms aardig vol
Wanneer ik zware dingen koop ga ik op de fiets
Hier vult u uw persoonlijke gegevens in
Uw bankpas sturen wij via de post
Ik begrijp het formulier niet helemaal
Op zaterdag gaan we altijd naar de markt
Koop je daar ook kleren en schoenen?
Zulke dingen kopen we in een groot warenhuis
Tegenstellingen
Veel/beetje
Verliezen/winnen
Omlaag/omhoog
Nicht/neef
Gaan/komen
Vies/schoon
Stout/lief
Wakker/slapen
Uit/aan (in)
Zwaar/licht
Onderdeel kennis van de samenleving
99 74 17
75 27 94
12 42 86
2 24 68
88 72 22
100 40 55
39 36 80
93 19 10
44 81 23
4 8 35
Onderdeel Nederlandse taal
Nazeggen
Mijn man en ik houden erg van paprika
Daar krijg je betere kwaliteit en tegen een goede prijs
Je kunt geld storten op een rekening
Voor al die dingen kunnen we op het postkantoor terecht
U krijgt over een paar dagen bericht
Ik ben erg sportief aangelegd
Die vertrekt elk half uur vanuit Rotterdam
Waar koop je een kaartje voor de trein?
Dat kan bij het loket of bij de automaat
Onze dochter is al 15 jaar getrouwd
Mijn oma is 85 jaar. Ze is dus heel oud
De jongste kinderen zitten in groep 1
Korte vragen
Als je een groot gezin hebt, heb je dan veel of weinig kinderen? veel
Is een kerk een gebouw of poort? Een gebouw
Kan een vis zwemmen? Ja
Kun je rijst eten of drinken? Eten
Is een merrie een man of een vrouw? Vrouw
Hoe noem je een gebouw waar kinderen les krijgen? School
Kun je schaatsen als het koud is, of warm? Koud
1 uur …hoeveel kwartier is het? Vier
1 uur..hoeveel minuten is dat? 60
Een half uur..hoeveel minuten is dat? 30
1 minuut hoeveel seconden is dat? 60
Wat is meer..64 euro of 65 euro? 65
Kan een paard hinniken of blaffen? Hinniken
Wat doet een poes? Miauwen
Nazeggen
Mijn zusje van vier gaat naar de crèche
In Nederland gebruiken we elke meter land
Elke plaats is makkelijk te bereiken
Laagland betekent dat er geen bergen zijn
Utrecht heeft ook een dichte bevolking
Je zoekt dan in je portemonnee klein geld
Kleine dingen betaal je meestal contant
Je geeft het energiebedrijf een machtiging
Je kunt het beste automatisch betalen
Het energiebedrijf betaal ik per twee maanden
Het geld komt op de rekening van het bedrijf
Ik werk vijf dagen per week, acht uur per dag
Tegenstellingen
Jong/oud
Ver/vlakbij
Nooit/altijd
Meestal/soms
Later/eerder
Duur/goedkoop
Zonder/met
Lelijk/mooi
Alleen/samen
Antwoord/vraag
Onderdeel kennis van de samenleving
12 55 44
54 64 36
69 87 63
96 78 23
82 37 94
74 29 49
66 34 8
11 19 28
99 77 85
7 33 70
Onderdeel Nederlandse taal
Nazeggen
Mehmet gaat naar de groenteman. Hij koopt appels
Saida zit op school. Ze leert Nederlands.
Zeki gaat voetballen. Hij is lid van een voetbalclub.
Opa gaat naar Amsterdam. Hij gaat naar het consulaat.
Moeder doet boodschappen. Ze koopt rijst en groente.
De kinderen hebben vrij. Ze hoeven niet naar school.
De appels zijn hard. Ze zijn nog niet rijp.
Het schrift is gevallen. Het ligt op de grond.
Het pakje is zwaar. Het weegt 5 kilo.
Tante Truus komt morgen. Ze is erg aardig.
De eend zwemt lekker in het water.
Het vliegtuig landt op het vliegveld.
Korte vragen
Wat doet een poes? Miauwen
Is een hengst een man of een vrouw? Man
Wat doe je met een boek? Lezen
Waar ga ik naartoe als ik ziek ben? Naar de dokter
Is een huis een gebouw? Ja
Wat een kun je met een videocamera? Filmen
Kim is langer dan peter….is kim het langst? Ja
Doe je het licht aan of uit als het donker is? Aan
Is Parijs een stad of een land? Stad
Is jan een voornaam of een achternaam? Voornaam
Kan een stier melk geven? Nee
Is een lammetje ouder dan een schaap? Nee
In welke maand is het kerst? December
Wat wordt er op 5 december gevierd? Sinterklaas
Is een trein een vervoersmiddel? Ja
Nazeggen
Kees heeft een tien voor de repetitie.
Ik spaar mijn geld op voor een brommer.
Hij rookt wel twintig sigaretten per dag.
Hein haalt suiker en snoepjes bij de supermarkt.
Dan hoort hij de stem van zijn vriend achter zich.
In Turkije zwemmen de jongens in de rivier.
De koopman weegt de appels met een weegschaal
De soldaten vechten tegen de vijand.
De leerlingen schuiven de stoelen onder de tafels
Het kind zuigt de limonade door een rietje
Wij hebben vanmiddag in het bos gewandeld
Vorig jaar zijn we naar Marokko gevlogen
Tegenstellingen
vriend – vijand
arm – rijk
andere – dezelfde
bijna – helemaal
bot – scherp
dag – nacht
daarna – daarvoor
dapper – laf of bang
druk – stil
eerlijk – oneerlijk
Onderdeel kennis van de samenleving
52 46 1
30 61 20
60 81 90
67 91 75
97 21 57
48 62 74
22 72 68
16 88 25
4 45 29
70 3 9
Onderdeel Nederlandse taal
Nazeggen
Ik geef dit boek aan jou
Het schilderij hangt aan de muur
We zitten aan tafel
Hij studeert aan de universiteit
Wie is er aan de beurt?
Ik ben eindelijk achter de waarheid gekomen
Achter deze zin komt een punt
Mijn vader is achter in de vijftig
Ik logeer bij mijn oma
Deze rechthoek is vier bij vijf centimeter
Bij uitzondering hebben we vandaag geen huiswerk
Korte vragen
Is roken gezond of ongezond? Ongezond
Als iets gemakkelijk is..is het dan makkelijk of moeilijk? Makkelijk
Kan een eend in het water zwemmen? Ja
Zien alle mensen er hetzelfde uit? Nee
Kan een baby praten? Nee
Wat is de eerste dag van de week? Maandag
Hoeveel dagen telt een week? 7
Wat is de laatste dag van de week? Zondag
Is een kind van 8 jaar volwassen? Nee
Is zuurkool groente of fruit?
Zijn groenten gezond? Ja
Is een jurk voor een meisje of een jongen? Meisje
In welk seizoen schijnt de zon het meest? Zomer
Welk getal komt na 65? 66
Nazeggen
Ze gaan met de hele familie naar Turkije
De trein naar Parijs vertrekt van perron 4
De supermarkt is om de hoek
Zij kon bijna niet wachten tot de week om was
We gaan om de beurt met de auto
Naar mijn mening wordt niet gevraagd
Jan doet soms suiker door de soep
Ik ga altijd door de week een keer zwemmen
Sommige leerlingen wonen buiten de stad
Ik neem een aspirine tegen de hoofdpijn
Dit boek gaat over de geschiedenis van Amerika.
Tegenstellingen
ergens – nergens
gezond – ongezond
gelijk – ongelijk
gierig – gul
heen – terug
hier – daar
horizontaal – verticaal
iets – niets
ja – nee
juist – onjuist
Kennis van de Samenleving
74 55 44
85 14 3
13 99 69
9 46 96
42 64 15
36 19 48
18 28 50
91 57 61
2 7 70
30 66 80
Kennis van de Nederlandse Taal
Nazeggen
Het vriest vannacht
Neem jij wat geld mee?
De inbreker steelt het geld uit de kluis
Wij zien het vliegtuig hoog in de lucht
Mijn ouders zijn met vakantie naar Marokko
Mijn zusje vouwt de was op
De leerlingen lachen om de grap van de leraar
Ik heb een mooie foto van mijn vriend
De timmerman meet de lengte van de balk
De muizen vreten van de kaas
De tuinman graaft een kuil voor een nieuwe boom
Korte vragen
Zijn groente en fruit goed voor de gezondheid? Ja
Het is nu vrijdag…eergisteren was het? Woensdag
Legt een haan een ei? Nee
Het is nu negen uur…over een half uur is het? Half 10
Staat een oven in de keuken? Ja
Welke maand komt voor mei? April
Als iets eenvoudig is, is het dan makkelijk of moeilijk ? Makkelijk
Als iets kookt, is het dan heet of koud ? heet
Wat doe je in een bed ? slapen
Fiets je op een rivier of op een pad ? pad
Is ijs warm of koud ? koud
Wat is minder…24 euro of 11 euro? 11 euro
Zijn schoenen om te lopen of om te drinken ? lopen
Waar ga je naar toe als je ziek bent? De dokter
Nazeggen
Hij bidt vijf keer per dag
Ik raad naar het goede antwoord
Han wordt dokter in India
De politie brengt haar naar het ziekenhuis
Peter vindt een briefje van tien euro
De koopman weegt de appels met een weegschaal
De hond kan hard blaffen
De kinderen vinden sinaasappels lekker
We gaan vandaag ons huiswerk maken
Is dat huis te koop of te huur?
Je moet onder aan de bladzijde kijken
Wanneer kom je nu eens op bezoek?
Tegenstellingen
horizontaal – verticaal
precies – ongeveer
Rechts/Links
Breed/smal
modern – ouderwets
noord – zuid
Vuil/schoon
Vol/leeg
Scheef/recht
Slim/dom
Kennis van de Samenleving
22 38 27
54 48 21
17 60 41
93 98 19
35 11 46
53 39 84
67 71 37
100 10 1
81 5 90
4 72 51
Kennis van de Taal
Nazeggen
De dief ging de politie met een mes te lijf
Amerika voetbalt vanavond tegen Marokko
Hoeveel verdien jij per uur?
Op donderdag heb ik pianoles
Dit boek gaat over de geschiedenis van Amerika
Het kind kwam onder een auto
Ik woon naast de drogist
Binnen een uur waren we klaar met de repetitie
Ik logeer bij mijn oma
Het fietsenhok is achter de school
Voorin de school is de kamer van de directeur
Sommige leerlingen wonen buiten de stad
Korte vragen
Kan ik met een bril kijken? Ja
Als ik blind ben kan ik dan niet zien of niet horen? Niet zien
Als iets gemakkelijk is..is het dan makkelijk of moeilijk? Makkelijk
Is januari een seizoen? Nee
Is een trein een vervoersmiddel? Ja
Is roken gezond of ongezond? Ongezond
Kan een eend in het water zwemmen? Ja
Is de basisschool voor volwassenen? Nee
Is een berg hoog of laag? Hoog
Wat doe je met een nagelschaar? Nagels knippen
Hoeveel voeten heeft een mens? Twee
Wat kun je met een telefoon? Bellen
Wat doe je met een weegschaal? Wegen
Hoeveel dagen telt een week? 7
Nazeggen
De lift is buiten werking
Door deze straat kom je bij het station
Ik ben klaar met mijn werk
We waren blij toen we naar huis mochten
Het heeft vandaag hard geregend
Ik doe de afwas nadat we gegeten hebben
Hij herinnert zich de naam van dat meisje niet
Ik vind gekookte eieren lekker
Er loopt een fluitende jongen in de gang
Een citroen is zuurder dan een sinaasappel
De prijs van kool is hoger dan een week geleden
De leraar engels is vandaag niet op school
Tegenstellingen
gierig – gul
oorlog – vrede
Half/heel
Hel/hemel
veel – weinig
Sterk/slap
zoet – zuur
Somber/vrolijk
Kopen/verkopen
Nat/droog
Kennis van de Samenleving
22 77 56
45 87 66
98 63 72
75 6 80
12 19 30
97 79 18
85 31 81
11 15 13
53 60 71
3 40 10
Kennis van de Taal
Nazeggen
Mijn zusje huilt bijna elke dag
De leerlingen blijven op deze scholen
De leraar engels is vandaag niet op school, hij is ziek
Mijn opa en oma wonen in Turkije
Ik hoor de wekker niet tikken
Hij geeft het boek terug aan zijn leraar
Peter vergeet zijn jas aan te trekken
De chauffeur vraagt om in de bus niet te roken
Ik ga morgen met mijn vader naar Amsterdam
Ik durf niet in het water te duiken
Hein haalt suiker en snoepjes in de supermarkt
De meester veegt het bord schoon
Korte vragen
Wat doet een geit? Mekkeren
Hoe noem je iemand die uit Nederland komt? Nederlander
Wat doe je met speelgoed? Spelen
In welk seizoen schijnt de zon het meest? Zomer
Kun je koek eten of drinken? Eten
Achmed is korter dan Ali…wie is er langer? Ali
Wat doe je met een nagelschaar? Nagels knippen
Doe je het licht in het donker uit of aan? Aan
Wat een kun je met een videocamera? Filmen
Als iets mag is het dan toegestaan of verboden? Toegestaan
Kapot..is dat heel of stuk? Stuk
Wat doet een schilder? Schilderen
Wat maakt een fietsenmaker? Fietsen
Wat verkoopt een groenteman? Groenten
Nazeggen
Ik verdien geld met een krantenwijk
Het kind ligt op de grond te tekenen
Ik ben in Marokko geboren, maar ik woon er niet meer
Wij hebben een mooie tuin met bloemen
Hoeveel mensen heb je uitgenodigd?
In die school wordt vanmiddag een feest gegeven
De kinderen komen vanavond bij ons eten
Mijn oom uit Canada komt dit weekend op bezoek
Dit zijn eieren van onze kippen
De hond schrok van het vuurwerk
Je moet geen oude koeien uit de sloot halen
Dit boek bestaat uit drie delen
Tegenstellingen
ziek – gezond
later – vroeger
dag – nacht
juist – onjuist
stout – lief
sterk – zwak
druk – stil
gierig – gul
min – plus
oost – west
kennis van de Samenleving
55 72 6
48 88 19
23 45 41
15 54 50
49 67 18
60 96 70
31 20 90
75 7 1
69 21 12
9 82 64
Kennis van de taal
Nazeggen
Waarom zeg je niets?
De vogel vliegt door de lucht
Wanneer hebben we vakantie?
Ali mag met zijn vader mee naar schiphol
Ik kan al wat Nederlands lezen
Jij gaat morgen naar de dokter
De bel gaat om acht uur
Die school is erg groot
Jullie hebben goed gewerkt
De Amerikanen reizen naar de planeten
Mijn broertje en ik gaan naar de Kermis
De kinderen zingen een lied
Korte vragen
Kruipen…is dat snel of langzaam? Langzaam
Hoe noem je iemand die niet kan zien? Blind
Komt er uit de kraan alleen warm water? Nee
Wat verkoopt een groenteman? Groenten
Is een pannekoek rond of vierkant? Rond
Het is nu vrijdag…eergisteren was het? Woensdag
Hoe noem je de moeder van je moeder? Oma
Wordt iets goedkoper met korting? Ja
Heeft een verkeerslicht drie of zes lichten? Drie
’s nachts…..is het dan donker of licht? Donker
Is oktober een seizoen of een maand? Maand
Wat doe je met een mes? snijden
Wat is eerder…acht uur of half negen? Acht uur
Waar woont een koning? Paleis
Nazeggen
Mijn vriend wacht buiten op mij
Wij vinden die man niet aardig
Haar vader is boos op de kinderen
Mevrouw Jansen gaat naar de tandarts
Die potlood is van hem
Wij hebben een klein huis gekocht
Ik was gisteren mijn boek vergeten
Ik breng mijn fiets naar de fietsenmaker
Mijn ouders gaan op bezoek bij de buren
Lisa heeft ruzie met haar oudere broer
Jij moet je bord leeg eten
Op de markt koopt zij altijd sinaasappels
Tegenstellingen
Meestal/soms
Lachen/huilen
dorp – stad
dapper – laf of bang
slordig – netjes
honger – dorst
arm – rijk
ziek – gezond
iets – niets
mannelijk – vrouwelijk
Kennis van de Samenleving
78 8 100
33 45 40
87 71 95
97 11 25
32 37 19
22 49 84
91 20 36
12 51 63
66 72 43
6 3 1
Kennis van de Taal
Nazeggen
Marianne is een meisje. Ze is twaalf jaar
De leraar geeft veel huiswerk.
Ik kan een beetje Nederlands schrijven
De treinen rijden naar die steden
Jullie vinden die boeken niet mooi
Ik praat liever niet tegen hem
Mijn sleutels liggen nog thuis
Mijn vader werkt bij de supermarkt
Wij krijgen morgen een examen voor wiskunde
Een bromfiets rijdt snel maar een motor rijdt sneller
Van al mijn vrienden is John de aardigste
Chinees is moeilijker dan Nederlands
Korte vragen
Wat kun je met een vork? eten
Iemand met een laag salaris verdient hij veel of weinig? Weinig
Heeft een mens vijf ogen? Nee
Hoe noem je de dochter van je oom? Nicht
Kan een paard mekkeren? Nee
Is roken gezond of ongezond? Ongezond
Wat doet een vogel? Vliegen
Vandaag is het vrijdag…overmorgen is het? Zondag
Schaatsen…doe je dat als het koud is? Ja
Wat kun je in een vaas zetten? Bloemen
Is een toorn laag? Nee
1 uur…is dat 60 minuten of 60 seconden? 60 minuten
Valt er sneeuw in de zomer? Nee
Kerst is dat in september of december? December
Nazeggen
De meester komt om negen uur op school
De jongens gaan vanmiddag voetballen
Jan staat naar de televisie te kijken
Wij proberen geen fouten te maken
We beginnen steeds in onze eigen taal te praten
De lerares belooft op bezoek te komen
Je hoeft bij deze dokter niet te wachten
Wij zitten gezellig samen te kletsen
We hebben in februari een week vakantie
We moeten morgen om drie uur bij de tandarts zijn
In Indonesië is het altijd warm
Mijn tante uit Amerika komt overmorgen
Tegenstellingen
ingang – uitgang
Mooi/lelijk
vet – mager
gierig – gul
verdrietig – blij
nu – straks
op – af
meest – minst
lengte – breedte
Geven/krijgen
Kennis van de Samenleving
18 99 14
50 55 82
74 41 28
64 81 38
46 21 73
31 34 53
10 23 16
67 30 61
35 90 88
53 40 22
Kennis van de Taal
Nazeggen
Het is niet waar wat je zegt!
Iedereen wil in augustus op vakantie
Hij is vandaag laat thuis gekomen
Fred moet deze week de boodschappen betalen
Heb jij dat gebouw zien afbranden?
Hij heeft een brief zitten schrijven
De zanger mag met een orkest optreden
Het ligt op de grond te tekenen
Ze zeggen dat geduld wordt beloond
Lag je tot negen uur te slapen?
U moet doorlopen tot aan het stoplicht
De tuinman heeft de planten verplaatst
Korte vragen
Schijnt de zon ’s nachts of overdag? Overdag
Wat kan een vliegtuig? Vliegen
Is een schaap jonger dan een lammetje? Nee
Wat is sneller…rennen of kruipen? Rennen
Is twintig minuten langer dan 30 minuten? Nee
Wat kan een vis? Zwemmen
Blind…is dat anders dan doof? Ja
Wat is korter……een jaar of een dag? Een dag
Is gras groen? Ja
Wat kun je met geld? Betalen
Een neef….is dat een man of een vrouw? Man
Het is nu oktober….volgende maand is het? November
Wat doet een hond? Blaffen
Gezond…is dat hetzelfde als ongezond? Nee
Nazeggen
Mijn vader heeft gisteren mijn haar geknipt
De tandarts heeft twee kiezen getrokken
Ze eten in Nederland veel aardappelen
Je mag in de bus niet roken
De fabriek ontslaat een aantal arbeiders
In Indonesië verbouwen ze veel rijst
Een auto rijdt een man aan
Ik beloof je morgen te bellen
Wat zou je doen als je rijk was?
De krant geeft commentaar op het nieuws
Ben je bang voor die grote hond?
De mens bestaat voor 70% uit water
Tegenstellingen
op – onder
dichtbij – veraf
Moe – uitgerust
eenvoudig – ingewikkeld
dames – heren
Vals/eerlijk
Eerste/laatste
Geen/wel
Leeg/vol
Ruw/glad
Kennis van de Samenleving
51 9 34
97 51 69
79 48 96
32 84 41
5 26 14
75 62 7
57 3 15
38 73 94
8 37 49
50 43 17
Nazeggen
Denk je aan je huiswerk?
Ik ben in het bezit van een nieuwe fiets
Hij is heel erg boos op zijn broer
Mijn ouders zijn erg gelukkig met elkaar
Henk zit steeds naar Tineke te gluren
De oude dame past op haar kleinkinderen
Hij lijdt aan een ernstige ziekte
Ik hoop op een goed cijfer
Die jongen is erg handig met naald en draad
Ik ben er niet in geïnteresseerd
Het is opgehouden met regenen
De studenten zien tegen de professor op
Korte vragen
Is je nicht de zoon van je tante? Nee
Is een hengst een man of een vrouw? Man
Heeft een mens vier of twee voeten? Twee
Kun je met een neus ruiken of zien? Ruiken
Is een appel groente of fruit? Fruit
Wat is langer een uur of 60 minuten? Even lang
Is de herfst kouder dan de zomer? Ja
Is eenvoudig hetzelfde als makkelijk? Ja
Tim is korter dan Jan…wie is het langst? Jan
Valt er sneeuw in de zomer? Nee
Wat is gezonder…patat of een peer? Peer
Wat kun je met een potlood? Schrijven
Wat kun je op een stoel? Zitten
Wat geeft een koe? Melk
Nazeggen
Bij dat ongeluk is hij aan de dood ontsnapt
Wij strijden voor een beter milieu
Ik schaam me voor mijn vuile handen
Het meisje leeft gescheiden van haar ouders
Hij is geslaagd voor zijn rijexamen
Oorlog is het tegenovergestelde van vrede
Ik reken op je hulp
Dieren vechten vaak met elkaar
Ik heb mij door vrienden laten verleiden tot gokken
Hij wordt verdacht van diefstal
De leerlingen barstten in lachen uit
Deze straat komt uit op het stationsplein
Tegenstellingen
bot – scherp
Slim/dom
Open/dicht
Bezig – klaar
Brengen – halen
veilig – onveilig
ochtend – avond
voor – tegen
daarna – daarvoor
Half/heel
Kennis van de Samenleving
10 4 13
100 44 70
11 77 27
14 23 21
95 54 18
59 20 31
24 39 34
42 93 1
68 82 16
86 74 47
Nazeggen
Ik ben niet tevreden met dit cijfer
Ik ben bezig met het schilderen van mijn huis
Sarah is blij met haar goede rapport
De regering heeft de uitkeringen verhoogd
Die jongens hebben ons bestolen
Onze flat kijkt uit op de markt
Zijn vrouw had voorkeur voor een huis buiten de stad
Veel mensen vluchten voor oorlogsgeweld
Mijn vriend is gek op speelfilms
Sommige mensen keuren dat gedrag niet goed
Ik twijfel aan de waarheid van dit verhaal
Nederland en Duitsland hebben tegen elkaar gevochten
Korte vragen
Is een sinaasappel paars of oranje? Oranje
Hoeveel vingers heeft een mens? Tien
Kan een haan een ei leggen? Ja
Wat is harder…schreeuwen of fluisteren? Schreeuwen
Welke maand komt na mei? Juni
Heeft een leeuw benen of poten? Poten
’s nachts…..is het dan donker of licht? Donker
Wordt iets duurder met korting? Nee
Wat doet een paard? Hinniken
Is sporten gezond of ongezond? Gezond
Welk getal is groter…55 of 65? 65
Is zuurkool groente of fruit? Groente
Wat kun je met een auto? Rijden
Wat doet een schilder? Schilderen
Tegenstellingen
later – vroeger
modern – ouderwets
zoet – zuur
voordeel – nadeel
slordig – netjes
winst – verlies
trouwen – scheiden
groeien – krimpen
opa – oma
honger – dorst
Nazeggen
Op de fiets moet je uitkijken voor auto’s
De rijke man deed zich voor als een bedelaar
We kijken uit naar de vakantie
Het meisje was trots op haar nieuwe schoenen
Ik heb trek in een loempia
Voor je vriend moet je opkomen
Zij heeft veel invloed op haar vriendin
Waar kijk je naar?
Je moet je niet met die jongen inlaten
Mijn moeder houdt veel van bloemen
Zullen we samen naar de bioscoop gaan?
Dat schilderij herinnert mij aan vroeger
Yorum Yaz
Giriş Yap Üye Ol