Üyeliğinizle ilgili bir sorun yaşıyorsanız ufoss@dilogren.com adresinden bize ulaşabilirsiniz.
Dilogren.com Forum Arşivi
Hollanda • Yabancı Dil • Eğitim • Yaşam Arşiv: 2021 ve öncesi
Sponsorlarımız

NL DILBILGISI VE TEKRARLAMALAR -0NEMLI-

Yorum için giriş yap 2 mesaj · 2.211 görüntülenme
ARKADASLAR BEN BUNLARIN DAHA YARISINI CALISIRKEN SINAVI KAZANDIM SIZE TAVSIYEM ELINIZE ALIN KAGIDI KALEMI YAZIN BIR DEFTERE SESLI OLARAK OKUMAYA TEKRAR ETMEYE CALISIN . TELAFFUZ HERSEYIN BASI UNUTMAYIN SINAV SESLI OLACAK BENIM HATIRLADIGIM KADARIYLA BU CALISTIKLARIMDAN 4-5 SORU AYNI SEKILDE CIKMISTI . BELKI HEPSI BURDA VARDIR BILMIYORUM BEN HEPSINI BITIREMEMEISTIM SINAVA GIRDIGIMDE :)

KOLAY GELSIN

Onderdeel kennis van de samenleving


Onderdeel Nederlandse taal


Nazeggen


-----Ik heb een nieuwe fiets en een oude-----

benim yeni ve eski biiskletim var


------Heb je een pen bij je? -----

yaninda kalemin varmi?


-----Bent u getrouwd?-------

siz evlimisiniz


Zou je dat wel willen ?


Hoe kon dat zo gebeuren?

bu nasil boyle olur?


----Ik denk dat het bijna twaalf uur is.----

hemen hemen saat 12 diye dusunuyorum.


----Pas op! Voorzichtig!---

dikkatli ol


-----Zij kunnen heel goed zwemmen.-----

onlar cok guzel yuzuyorlar


---Hoe zag hij eruit? ----

o nasil gorunuyordu ?


-----Wat voor mensen doen zulke dingen?

nasil bir insan boyle seyler yapabiliyor?


-----Deze korte broek past niet,

bu kisa pantolon olmuyor


-----Ze had een erg litteken op haar gezicht.

okadinin yuzunde kötu bir iz var.


Korte vragen


Welke maand komt na januari? februari

Wat doe je in je portemonnee? geld

Zijn wielen rond of vierkant? rond

Wat is zoet, suiker of zout?suiker

Wat doe je met een oven? bakken

Wat doe je met je mond? praten

Hoe noem je de vader van je moeder? opa

Is het in de nacht licht of donker? donker

Hoeveel centimeter is een meter? 100

Wat is groter, een boom of een plant? boom

Wat doe je met een schaar? knippen

Welk seizoen komt na de lente? Zomer

Wat komt uit de kraan? water

Wat doe je met een mes? snijden

kesmek


Welke maand komt na januari? februari

hangi ay ocaktan sonra gelir


Wat doe je in je portemonnee? geld

cuzdaninin icine ne koyarsin -para


Zijn wielen rond of vierkant? rond-

tekerler yuvarlakmi dort kosemi


Wat is zoet, suiker of zout?suiker

hangisi tatli sekermi tuzmu


Wat doe je met een oven? bakken

firinla ne yapilir


Wat doe je met je mond? praten-

agzinla ne yapilir - konusulur


Hoe noem je de vader van je moeder? opa

-annenin babasina ne denilir?dede


Is het in de nacht licht of donker? donker

-geceleri aydinlikmi karanlikmi?karanlık


Hoeveel centimeter is een meter? 100-

1 metre kac cantimdir? 100


Wat is groter, een boom of een plant? boom

hangisi buyuk,agacmi yada cicekmi


Wat doe je met een schaar? knippen

-makasla ne yapilir?kesmek


Welk seizoen komt na de lente? Zomer-

ilkbahardan sonra hangi mevsim gelir


Wat komt uit de kraan? water

-cesmeden ne cikar?su


Wat doe je met een mes? snijden-

bicakla ne yapilir?kesilir


Nazeggen

tekrarlamak


Ik schaamde me zo toen ik het antwoord niet wist.

Ze zouden een paraplu hebben moeten meenemen.

Ik had niet zo laat naar bed moeten gaan.

Ik was vaak te laat op mijn werk.

Mag ik u enkele vragen stellen?

We moeten het wat rustiger aan gaan doen.

Welke kant gaan we op vanaf hier?

Kunt u mij vertellen hoe laat het is.

U gaat bij de volgende stoplichten linksaf

Ik moet nog even boodschappen doen.

Doe je het licht uit als je weggaat ?

Ik hoop niet dat het straks gaat regenen.


Ik schaamde me zo toen ik het antwoord niet wist.

cevabi bilemeyince utandim


Ze zouden een paraplu hebben moeten meenemen.

onlar bir semsiye getirmeleri gerekirdi mecburen


Ik had niet zo laat naar bed moeten gaan.

ben okadar gec yataga gitmemeliydim


Ik was vaak te laat op mijn werk.

ben genelde isime gec kalirdim


Mag ik u enkele vragen stellen?

size birkac soru sorabilirmiyim


We moeten het wat rustiger aan gaan doen.

biz biraz sakin olmaliyiz


Welke kant gaan we op vanaf hier?

biz burdan hangi yone gidcegiz


Kunt u mij vertellen hoe laat het is.

bana saat kac soylermisiniz


U gaat bij de volgende stoplichten linksaf

siz bir sonraki lambadan sola doneceksiniz


Ik moet nog even boodschappen doen.

ben mecburen markete gidecegim-


Doe je het licht uit als je weggaat ?

giderken lambayi kapat


Ik hoop niet dat het straks gaat regenen.

biraz sonra umit yagmur yagmaz


Tegenstellingen (ZITLAR)


Leeg-vol

Dood-leven

Buiten-binnen

Verboden-toegestaan

Met-zonder

Altijd-nooit

Staan-zitten

Op-onder

Rechts-links

Hoog-laag

Boos-blij

Snel-langzaam (traag)


Leeg-vol bos-dolu

Dood-leven ölü - yasamak

Buiten-binnen diari -iceri

Verboden-toegestaan yasak-serbest

Met-zonder bilmiyorum

Altijd-nooit herzaman-hicbirzaman

Staan-zitten ayakta-oturmak

Op-onder üst - altinda

Rechts-links sag - sol

Hoog-laag yüksek - alcak

Boos-blij sinirli- sen sakrak

Snel-langzaam (traag) hizli - yavas

Onderdeel kennis van de Nederlandse taal


Nazeggen


Kijk naar het woord

Let op je rug

Hij vraagt de juf om hulp

Blijf op je plaats zitten

Wijs het woord maar aan

Hij trekt zijn trui uit

Het boek gaat over een reus

Dat is in orde

Hassan komt uit marokko

Wat is er aan de hand?

De klok loopt goed

Heb je je tong verloren?


Korte vragen


Kun je met een lepel eten? ja

Is een jongen een man of een vrouw? man

Eet je in de ochtend een ontbijt? ja

Wanneer is de lunch? ’s Middags

Hoeveel neuzen heeft een mens? 1

Heeft een mens vijf handen of twee handen? Twee

Renate is 15 en Anne is 13…wie is er jonger?

Hoeveel vingers heeft een mens? Tien

Kan een vliegtuig vliegen? Ja

Welke kleur heeft de lucht? Blauw

Wat is langer een uur of een kwartier? Uur

Kun je op een stoel zitten? Ja

Is iemand die hoofdpijn heeft ziek? Ja

Hoe noem je de zoon van je oom? Neef


Nazeggen


Hij loopt op zijn tenen

Wij hebben zin in een spelletje

Hij heeft genoeg van die melk

Karin pikt iets van mijn bord

We gaan aan tafel

Ik hou mijn zusje in de gaten

Jij loopt me altijd voor de voeten

Dat gaat per ongeluk

Ga op je hurken zitten

Niet met volle mond praten

Hoeveel kost dat? Weet ik veel

ik kom zo snel mogelijk


Tegenstellingen


Breed/smal

Scheef/recht

Vals/eerlijk

Ruw/glad

Somber/vrolijk

Samen/alleen

Sterk/slap

Mogelijk/onmogelijk

Beetje/veel

Mooi/lelijk


Onderdeel Nederlandse taal


Nazeggen


Ik heb kou gevat

De telefoon is in gesprek

Tien tegen 1 dat we winnen

Je moet niet zo uit je slof schieten

Wat voeren jullie daar uit?

Ik ben mijn stem kwijt

Hij passeert mij met een rotvaart

Ik wil je wens vervullen

Het zal me een worst wezen

Jij kan dat mooi in je zak steken

We hadden er geen erg in

Petra is gek op zuurkool


Korte vragen


Hoe noem je de man van je zus? Zwager

Is een koe een mens of een dier? Dier

Doe je een pet op je hoofd? Ja

Het is nu zes uur..over twee uur is het…? 8 uur

Kun je kleren eten? Nee

Piet is dunner dan Jan…wie is het dikst? Jan

Heeft een man een baard? Ja

Wat doe je in de keuken? Koken

Wat doe je in een slaapkamer? Slapen

Hoeveel ogen heeft een mens? Twee

Is een appel gezond? Ja

Wat is gezonder een sinaasappel of chocola? Sinaasappel

Word je van patat dik? Ja

Als je 100 jaar bent…ben je dan jong? Nee


Nazeggen


Je weet wel zo een kleine computer

Ik ben aan een kopje koffie toe

Ali viel in slaap, hij was erg moe

De bananen kosten 50 cent per stuk

Ik hou van deze muziek. Ik vraag deze plaat aan.

Ik bestel een spijkerbroek uit de catalogus

Mijn vrouw past op de kinderen

Mijn vriendin woont om de hoek

Hij heeft trek in een broodje

Zit toch niet zo te zeuren

Volgens mij heeft hij een oogje op je

De toetsen staan voor de deur


Tegenstellingen


Donker/licht

Laat/vroeg

Iedereen/niemand

Vorige/volgende

Neef/nicht

Hel/hemel

Omhoog/omlaag

Vast/los

Liefde/haat

Slim/dom


Nazeggen


Jan krijgt geen genoeg van zwemmen

Hij heeft zin in een biertje

Je moet hem ’s morgens met rust laten

Zij houdt haar broertje voor de gek

Ik hou hem in de gaten

Het ergste is nu achter de rug

Marjolijn heeft het fietsen onder de knie

Els doet de tuin voor haar plezier

Morgen moet hij op voor het examen

Kees heeft verstand van computers

Mijn moeder is op leeftijd

Mijn buurman is rond de vijftig


Korte vragen


Kim is 18 jaar en Peter is 32 jaar wie is er ouder? Peter

Is Jan een jongen? Ja

Hoeveel uur heeft een dag? 24

Hoeveel kwartier heeft een uur? 4

Wat is korter een kwartier of vijf minuten? Vijf minuten

Is een hond paars? Nee

Komt er uit de kraan alleen warm water? Nee

Kan iemand die blind is zien? Nee

Is de zon rond of vierkant? Rond

Is een dag langer dan een jaar? Nee

Welk seizoen is kouder…de herfst of de lente? De herfst

Trek ik een jas aan als ik naar buiten of naar binnen ga? Buiten

Is een broek kleding? Ja

Is moeder een beroep? Nee


Nazeggen


Zijn oom ligt op sterven

Mijn zoontje was in tranen

Resa woont op kamers

Ik ben zeker van mijn zaak

Ik ben trots op mijn zoon

Ik heb geen tijd voor grapjes

Hij heeft geen trek in kaas

Ik heb genoeg van school

Ik maak me zorgen over haar

In geval van nood moet je 112 bellen

Een ander huis zoeken is voor later zorg

Dat komt goed uit


Tegenstellingen


Buiten/binnen

Rustig/druk

Met/zonder

Goedkoop/duur

Meestal/soms

Aan/uit

Voor/over

Lang/kort

Daar/hier

Later/eerder


Nazeggen


Dat komt voor elkaar

Ze zoeken weer ruzie

Daar heeft u gelijk in

De vakantie is achter de rug

Wie A zegt moet ook B zeggen

Hij zit op zijn geld

Hij gelooft zijn ogen niet

Zij zitten met hun handen in het haar

Je kunt geen ijzer met handen breken

Eens even op de klok kijken

Zij gaan de bloemetjes buiten zetten

Mijn zussen praten over ditjes en datjes


Korte vragen


Kun je met geld betalen? Ja

Hoe noem je de dochter van je tante? Nicht

Het is nu twee uur..over een kwartier is het….? Kwart over twee

Het is vandaag zaterdag..overmorgen is het..? maandag

Heeft een paard benen of poten? Poten

Heeft een mens twee benen of 3 benen? Twee

Is zondag een werkdag? Nee

Wat noemen we het weekend? Zaterdag en zondag

Noem een werkdag… maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag

Het is nu woensdag..gisteren was het…? Dinsdag

Welk seizoen is het koudst? De winter

Welk seizoen is het warmst? De Zomer

Wat doet een bakker? Brood bakken

Als iets ingewikkeld is, is het dan makkelijk of moeilijk? Moeilijk


Nazeggen


Opschieten! Tijd is geld

Wij zijn vrienden door dik en dun

Jij stond voor aap

Ik doe het voor de grap

Je hebt groot gelijk

Dat grapje loopt uit de hand

Hij houdt alles voor zich

Ik doe er wel een papiertje om

Sorry ik kan nooit op dinsdag

Er komt nog vijftien euro kosten bij

Mijn auto is in goede staat

Ik leer Nederlands voor mijn plezier


Tegenstellingen


Goed/fout

Jongen/meisje

Dochter/zoon

Rechts/Links

Voor/achter

Broer/zus

Tante/oom

Gisteren/vandaag

Ochtend/avond

Vandaag/morgen


Nazeggen


Ze geeft hem altijd de schuld

Ze zoeken weer ruzie

Waar is dat goed voor?

We moeten haast maken

Tot nu toe heb je niets fout

Pas goed op je broertje

Kijk uit voor de hete thee

Blijf op je plaats zitten

Sam ruimt zijn kamer op

Ga je mee naar buiten?

Merel trekt haar sok aan

De ruzie gaat over een gum


Korte vragen


Ben je gezond of ziek als je de griep hebt? Ziek

Mijn vader is langer dan mijn moeder..wie is het langst? Vader

Is leraar een beroep? Ja

Als ik boos ben…ga ik dan lachen? Nee

Is de nacht licht of donker? Donker

Schijnt de zon overdag? Ja

Heeft een verkeerslicht drie of zes lichten? Drie

Wat is eerder…acht uur of half negen? Acht uur

Wat is gezonder snoep of fruit? Fruit

Is een peer groente? Nee

Zijn groente en fruit goed voor de gezondheid? Ja

Het is nu vrijdag…eergisteren was het? Woensdag

Legt een haan een ei? Nee

Het is nu negen uur…over een half uur is het? Half 10

Nazeggen


In de herfst vallen de bladeren van de bomen

Het is erg koud in de winter

Peter speelt op school altijd in de zandbak

Om twaalf uur is het tijd om naar huis te gaan

De verjaardag van Niels wordt altijd gevierd

Bij de gemeente kun je je paspoort ophalen

Op zondag zijn bijna alle winkels gesloten

Als je iets niet weet dan moet je het vragen

In de zomer gaan veel mensen op vakantie

Het is erg belangrijk om Nederlands te leren

Ik hou van spelletjes spelen op de computer

Ik fiets elke dag ongeveer een uur


Tegenstellingen


Mooi/lelijk

Geven/krijgen

Vraag/antwoord

Lief/stout

Schoon/vies

Kopen/verkopen

Komen/gaan

Vorige/volgende

Neef/nicht

Hel/hemel


Onderdeel Nederlandse taal


Nazeggen


Mijn moeder kan niet tegen schelden

Zij komt uit een grote familie

Vind jij dat ook niet vervelend?

Soms kan je beter zwijgen dan praten

Hij is een gevoelige jongen

Haar vader heeft al 25 jaar hetzelfde beroep

Ik ben niet van plan om te stoppen met leren

Als iets ingewikkeld is dan is het moeilijk

Karim kijkt graag naar de Nederlandse televisie

Ik trek vandaag mijn spijkerbroek aan

Haar lievelingskleur is donker blauw

Ik heb een poes als huisdier


Korte vragen


Staat een oven in de keuken? Ja

Wat doe je in een keuken? Koken

Kan ik met een bril kijken? Ja

Als ik blind ben kan ik dan niet zien of niet horen? Niet zien

Is januari een seizoen? Nee

Is oma een mens of een dier? Mens

Wat is gezonder melk of limonade? Melk

Hoeveel seizoenen heeft een jaar? Vier

Heeft de mens een lichaam? Ja

Heeft een huis een huiskamer? Ja

Wat is duurder…een trui van 15 euro of 30 euro? 30 euro

Wordt iets goedkoper met korting? Ja

Is oktober een seizoen of een maand? Maand

Welke maand komt voor mei? April


Nazeggen


Spreken is zilver en zwijgen is goud

Mijn opa en oma wonen bij mij in de buurt

Ik speel met mijn neefje in de speeltuin

Jan is liever buiten dan binnen

Ik heb geen trek in limonade

De meester denkt er nog over na

De jongen schopt de bal in het doel

Ik ben goed in dictee en rekenen

In het buitenland schijnt de zon vaker dan in Nederland

Ik woon samen met mijn familie in een dorp

Iemand die veel geld heeft is rijk

Het is maar hoe je het bekijkt


Tegenstellingen


Rustig/druk

Zwaar/licht

Vlakbij (dichtbij)/ ver

Oud/nieuw

Meneer/mevrouw

Boven/beneden

Meer/minder

Veel/weinig

Eerste/laatste

Traag(langzaam)/snel


Nazeggen


Het zou fantastisch zijn als je mee gaat

Als ik op reis ga neem ik mijn koffer mee

Ik spreek mijn vriend elke dag

Een papegaai houdt van nazeggen

Ik werk met vijftig man op 1 afdeling

Op de basisschool zitten kinderen tot 12 jaar

Sander houdt niet van voetballen

Ik ben erg op hem gesteld

Wie niet waagt wie niet wint

De kinderen hebben een schoolplein om op te spelen

Mariam gaat het liefst elke dag winkelen

Peter doet 1 keer per week boodschappen


Korte vragen


Als iets eenvoudig is, is het dan makkelijk of moeilijk ? Makkelijk

Als iets kookt, is het dan heet of koud ? heet

Wat doe je in een bed ? slapen

Hoeveel zijden heeft een driehoek ? drie

Hoe smaakt suiker ? zoet

Wat is groter een muis of een konijn ? konijn

Welk getal komt na 19? 20

Welke kleur heeft bloed? Rood

Is je nicht een man of een vrouw? Vrouw

Is tekenen een hobby of een beroep? Hobby

Is een gezicht vierkant? Nee

Fiets je op een rivier of op een pad ? pad

Is ijs warm of koud ? koud

Wat is minder…24 euro of 11 euro? 11 euro


Nazeggen


Vandaag heb ik anderhalve kilo paprika gekocht

Daar kopen we vis en vlees

Die vind ik in de supermarkt veel te duur

Wil je een brief versturen?

Je moet daarvoor op het postkantoor zijn

Wil je geld opnemen of een pakje versturen?

Ik woon in het centrum van de stad

Dat is heel wat sneller dan met de auto

Onze kinderen hebben nog 1 oma

Ze woont in een huis voor oude mensen

Naar welke school gaat uw kind na de basisschool?

Ik wil graag politieagent worden


Tegenstellingen


Dik/dun

Zoon/dochter

Makkelijk/moeilijk

Haat/liefde

Snel/langzaam(traag)

Eerlijk/vals

Hemel/hel

Niemand/iemand

Glad/ruw

Vrolijk/somber


Onderdeel Nederlandse taal


Nazeggen


Nederland heeft de dichtste bevolking van Europa

Er wonen veel mensen in mijn land

Je kunt ook telefonisch een afspraak maken

De huisarts heeft elke dag tot tien uur spreekuur

Ik ga lopend naar de bakker

Ik draag niet graag een zware tas

1 zoon woont nog bij ons thuis

Ik studeer samen met mijn vrienden in dezelfde stad

Op woensdagmiddag zijn de schoolkinderen vrij

Er zijn hier drie of vier opleidingen

De gemeenteraad noemen we het parlement

Iedereen kiest zelf een opleiding


Korte vragen


Zijn schoenen om te lopen of om te drinken ? lopen

Waar ga je naar toe als je ziek bent? De dokter

Wat is later 12 uur of half 11? Twaalf uur

Wat komt er na de zomer? Herfst

Sneeuwt het in de winter of in de lente? Winter

Wat doe je met een glas? Drinken

Als je arm bent heb je dan veel of weinig geld? Weinig

Kun je met een vliegtuig vliegen? Ja

Is een bloemkool groente of fruit? Groente

Welk dier legt eieren? Kip

Is een kip een man of een vrouw? Vrouw

Is een stier een man of een vrouw? Man

Waar woon je? Marokko

Kun je met een auto rijden of vliegen? Rijden


Nazeggen


Wat was het resultaat van zijn toets?

Op mijn school zitten 1200 leerlingen

Mijn moeder brengt mij elke dag naar school

We hebben geen eigen keuken en badkamer

Toch is mijn tas soms aardig vol

Wanneer ik zware dingen koop ga ik op de fiets

Hier vult u uw persoonlijke gegevens in

Uw bankpas sturen wij via de post

Ik begrijp het formulier niet helemaal

Op zaterdag gaan we altijd naar de markt

Koop je daar ook kleren en schoenen?

Zulke dingen kopen we in een groot warenhuis


Tegenstellingen


Veel/beetje

Verliezen/winnen

Omlaag/omhoog

Nicht/neef

Gaan/komen

Vies/schoon

Stout/lief

Wakker/slapen

Uit/aan (in)

Zwaar/licht


Onderdeel Nederlandse taal


Nazeggen


Mijn man en ik houden erg van paprika

Daar krijg je betere kwaliteit en tegen een goede prijs

Je kunt geld storten op een rekening

Voor al die dingen kunnen we op het postkantoor terecht

U krijgt over een paar dagen bericht

Ik ben erg sportief aangelegd

Die vertrekt elk half uur vanuit Rotterdam

Waar koop je een kaartje voor de trein?

Dat kan bij het loket of bij de automaat

Onze dochter is al 15 jaar getrouwd

Mijn oma is 85 jaar. Ze is dus heel oud

De jongste kinderen zitten in groep 1


Korte vragen


Als je een groot gezin hebt, heb je dan veel of weinig kinderen? veel

Is een kerk een gebouw of poort? Een gebouw

Kan een vis zwemmen? Ja

Kun je rijst eten of drinken? Eten

Is een merrie een man of een vrouw? Vrouw

Hoe noem je een gebouw waar kinderen les krijgen? School

Kun je schaatsen als het koud is, of warm? Koud

1 uur …hoeveel kwartier is het? Vier

1 uur..hoeveel minuten is dat? 60

Een half uur..hoeveel minuten is dat? 30

1 minuut hoeveel seconden is dat? 60

Wat is meer..64 euro of 65 euro? 65

Kan een paard hinniken of blaffen? Hinniken

Wat doet een poes? Miauwen


Nazeggen


Mijn zusje van vier gaat naar de crèche

In Nederland gebruiken we elke meter land

Elke plaats is makkelijk te bereiken

Laagland betekent dat er geen bergen zijn

Utrecht heeft ook een dichte bevolking

Je zoekt dan in je portemonnee klein geld

Kleine dingen betaal je meestal contant

Je geeft het energiebedrijf een machtiging

Je kunt het beste automatisch betalen

Het energiebedrijf betaal ik per twee maanden

Het geld komt op de rekening van het bedrijf

Ik werk vijf dagen per week, acht uur per dag


Tegenstellingen


Jong/oud

Ver/vlakbij

Nooit/altijd

Meestal/soms

Later/eerder

Duur/goedkoop

Zonder/met

Lelijk/mooi

Alleen/samen

Antwoord/vraag


Onderdeel Nederlandse taal


Nazeggen


Mehmet gaat naar de groenteman. Hij koopt appels

Saida zit op school. Ze leert Nederlands.

Zeki gaat voetballen. Hij is lid van een voetbalclub.

Opa gaat naar Amsterdam. Hij gaat naar het consulaat.

Moeder doet boodschappen. Ze koopt rijst en groente.

De kinderen hebben vrij. Ze hoeven niet naar school.

De appels zijn hard. Ze zijn nog niet rijp.

Het schrift is gevallen. Het ligt op de grond.

Het pakje is zwaar. Het weegt 5 kilo.

Tante Truus komt morgen. Ze is erg aardig.

De eend zwemt lekker in het water.

Het vliegtuig landt op het vliegveld.


Korte vragen

Wat doet een poes? Miauwen

Is een hengst een man of een vrouw? Man

Wat doe je met een boek? Lezen

Waar ga ik naartoe als ik ziek ben? Naar de dokter

Is een huis een gebouw? Ja

Wat een kun je met een videocamera? Filmen

Kim is langer dan peter….is kim het langst? Ja

Doe je het licht aan of uit als het donker is? Aan

Is Parijs een stad of een land? Stad

Is jan een voornaam of een achternaam? Voornaam

Kan een stier melk geven? Nee

Is een lammetje ouder dan een schaap? Nee

In welke maand is het kerst? December

Wat wordt er op 5 december gevierd? Sinterklaas

Is een trein een vervoersmiddel? Ja


Nazeggen


Kees heeft een tien voor de repetitie.

Ik spaar mijn geld op voor een brommer.

Hij rookt wel twintig sigaretten per dag.

Hein haalt suiker en snoepjes bij de supermarkt.

Dan hoort hij de stem van zijn vriend achter zich.

In Turkije zwemmen de jongens in de rivier.

De koopman weegt de appels met een weegschaal

De soldaten vechten tegen de vijand.

De leerlingen schuiven de stoelen onder de tafels

Het kind zuigt de limonade door een rietje

Wij hebben vanmiddag in het bos gewandeld

Vorig jaar zijn we naar Marokko gevlogen


Tegenstellingen


vriend – vijand

arm – rijk

andere – dezelfde

bijna – helemaal

bot – scherp

dag – nacht

daarna – daarvoor

dapper – laf of bang

druk – stil

eerlijk – oneerlijk


Nazeggen


Ik geef dit boek aan jou

Het schilderij hangt aan de muur

We zitten aan tafel

Hij studeert aan de universiteit

Wie is er aan de beurt?

Ik ben eindelijk achter de waarheid gekomen

Achter deze zin komt een punt

Mijn vader is achter in de vijftig

Ik logeer bij mijn oma

Deze rechthoek is vier bij vijf centimeter

Bij uitzondering hebben we vandaag geen huiswerk


Korte vragen


Is roken gezond of ongezond? Ongezond

Als iets gemakkelijk is..is het dan makkelijk of moeilijk? Makkelijk

Kan een eend in het water zwemmen? Ja

Zien alle mensen er hetzelfde uit? Nee

Kan een baby praten? Nee

Wat is de eerste dag van de week? Maandag

Hoeveel dagen telt een week? 7

Wat is de laatste dag van de week? Zondag

Is een kind van 8 jaar volwassen? Nee

Is zuurkool groente of fruit?

Zijn groenten gezond? Ja

Is een jurk voor een meisje of een jongen? Meisje

In welk seizoen schijnt de zon het meest? Zomer

Welk getal komt na 65? 66


Nazeggen


Ze gaan met de hele familie naar Turkije

De trein naar Parijs vertrekt van perron 4

De supermarkt is om de hoek

Zij kon bijna niet wachten tot de week om was

We gaan om de beurt met de auto

Naar mijn mening wordt niet gevraagd

Jan doet soms suiker door de soep

Ik ga altijd door de week een keer zwemmen

Sommige leerlingen wonen buiten de stad

Ik neem een aspirine tegen de hoofdpijn

Dit boek gaat over de geschiedenis van Amerika.


Tegenstellingen


ergens – nergens

gezond – ongezond

gelijk – ongelijk

gierig – gul

heen – terug

hier – daar

horizontaal – verticaal

iets – niets

ja – nee

juist – onjuist


Kennis van de Nederlandse Taal


Nazeggen


Het vriest vannacht

Neem jij wat geld mee?

De inbreker steelt het geld uit de kluis

Wij zien het vliegtuig hoog in de lucht

Mijn ouders zijn met vakantie naar Marokko

Mijn zusje vouwt de was op

De leerlingen lachen om de grap van de leraar

Ik heb een mooie foto van mijn vriend

De timmerman meet de lengte van de balk

De muizen vreten van de kaas

De tuinman graaft een kuil voor een nieuwe boom


Korte vragen


Zijn groente en fruit goed voor de gezondheid? Ja

Het is nu vrijdag…eergisteren was het? Woensdag

Legt een haan een ei? Nee

Het is nu negen uur…over een half uur is het? Half 10

Staat een oven in de keuken? Ja

Welke maand komt voor mei? April

Als iets eenvoudig is, is het dan makkelijk of moeilijk ? Makkelijk

Als iets kookt, is het dan heet of koud ? heet

Wat doe je in een bed ? slapen

Fiets je op een rivier of op een pad ? pad

Is ijs warm of koud ? koud

Wat is minder…24 euro of 11 euro? 11 euro

Zijn schoenen om te lopen of om te drinken ? lopen

Waar ga je naar toe als je ziek bent? De dokter


Nazeggen


Hij bidt vijf keer per dag

Ik raad naar het goede antwoord

Han wordt dokter in India

De politie brengt haar naar het ziekenhuis

Peter vindt een briefje van tien euro

De koopman weegt de appels met een weegschaal

De hond kan hard blaffen

De kinderen vinden sinaasappels lekker

We gaan vandaag ons huiswerk maken

Is dat huis te koop of te huur?

Je moet onder aan de bladzijde kijken

Wanneer kom je nu eens op bezoek?


Tegenstellingen


horizontaal – verticaal

precies – ongeveer

Rechts/Links

Breed/smal

modern – ouderwets

noord – zuid

Vuil/schoon

Vol/leeg

Scheef/recht

Slim/dom


Kennis van de Taal


Nazeggen


De dief ging de politie met een mes te lijf

Amerika voetbalt vanavond tegen Marokko

Hoeveel verdien jij per uur?

Op donderdag heb ik pianoles

Dit boek gaat over de geschiedenis van Amerika

Het kind kwam onder een auto

Ik woon naast de drogist

Binnen een uur waren we klaar met de repetitie

Ik logeer bij mijn oma

Het fietsenhok is achter de school

Voorin de school is de kamer van de directeur

Sommige leerlingen wonen buiten de stad


Korte vragen


Kan ik met een bril kijken? Ja

Als ik blind ben kan ik dan niet zien of niet horen? Niet zien

Als iets gemakkelijk is..is het dan makkelijk of moeilijk? Makkelijk

Is januari een seizoen? Nee

Is een trein een vervoersmiddel? Ja

Is roken gezond of ongezond? Ongezond

Kan een eend in het water zwemmen? Ja

Is de basisschool voor volwassenen? Nee

Is een berg hoog of laag? Hoog

Wat doe je met een nagelschaar? Nagels knippen

Hoeveel voeten heeft een mens? Twee

Wat kun je met een telefoon? Bellen

Wat doe je met een weegschaal? Wegen

Hoeveel dagen telt een week? 7


Nazeggen


De lift is buiten werking

Door deze straat kom je bij het station

Ik ben klaar met mijn werk

We waren blij toen we naar huis mochten

Het heeft vandaag hard geregend

Ik doe de afwas nadat we gegeten hebben

Hij herinnert zich de naam van dat meisje niet

Ik vind gekookte eieren lekker

Er loopt een fluitende jongen in de gang

Een citroen is zuurder dan een sinaasappel

De prijs van kool is hoger dan een week geleden

De leraar engels is vandaag niet op school


Tegenstellingen


gierig – gul

oorlog – vrede

Half/heel

Hel/hemel

veel – weinig

Sterk/slap

zoet – zuur

Somber/vrolijk

Kopen/verkopen

Nat/droog


Kennis van de Taal


Nazeggen


Mijn zusje huilt bijna elke dag

De leerlingen blijven op deze scholen

De leraar engels is vandaag niet op school, hij is ziek

Mijn opa en oma wonen in Turkije

Ik hoor de wekker niet tikken

Hij geeft het boek terug aan zijn leraar

Peter vergeet zijn jas aan te trekken

De chauffeur vraagt om in de bus niet te roken

Ik ga morgen met mijn vader naar Amsterdam

Ik durf niet in het water te duiken

Hein haalt suiker en snoepjes in de supermarkt

De meester veegt het bord schoon


Korte vragen


Wat doet een geit? Mekkeren

Hoe noem je iemand die uit Nederland komt? Nederlander

Wat doe je met speelgoed? Spelen

In welk seizoen schijnt de zon het meest? Zomer

Kun je koek eten of drinken? Eten

Achmed is korter dan Ali…wie is er langer? Ali

Wat doe je met een nagelschaar? Nagels knippen

Doe je het licht in het donker uit of aan? Aan

Wat een kun je met een videocamera? Filmen

Als iets mag is het dan toegestaan of verboden? Toegestaan

Kapot..is dat heel of stuk? Stuk

Wat doet een schilder? Schilderen

Wat maakt een fietsenmaker? Fietsen

Wat verkoopt een groenteman? Groenten


Nazeggen


Ik verdien geld met een krantenwijk

Het kind ligt op de grond te tekenen

Ik ben in Marokko geboren, maar ik woon er niet meer

Wij hebben een mooie tuin met bloemen

Hoeveel mensen heb je uitgenodigd?

In die school wordt vanmiddag een feest gegeven

De kinderen komen vanavond bij ons eten

Mijn oom uit Canada komt dit weekend op bezoek

Dit zijn eieren van onze kippen

De hond schrok van het vuurwerk

Je moet geen oude koeien uit de sloot halen

Dit boek bestaat uit drie delen


Tegenstellingen


ziek – gezond

later – vroeger

dag – nacht

juist – onjuist

stout – lief

sterk – zwak

druk – stil

gierig – gul

min – plus

oost – west


Kennis van de taal


Nazeggen


Waarom zeg je niets?

De vogel vliegt door de lucht

Wanneer hebben we vakantie?

Ali mag met zijn vader mee naar schiphol

Ik kan al wat Nederlands lezen

Jij gaat morgen naar de dokter

De bel gaat om acht uur

Die school is erg groot

Jullie hebben goed gewerkt

De Amerikanen reizen naar de planeten

Mijn broertje en ik gaan naar de Kermis

De kinderen zingen een lied


Korte vragen


Kruipen…is dat snel of langzaam? Langzaam

Hoe noem je iemand die niet kan zien? Blind

Komt er uit de kraan alleen warm water? Nee

Wat verkoopt een groenteman? Groenten

Is een pannekoek rond of vierkant? Rond

Het is nu vrijdag…eergisteren was het? Woensdag

Hoe noem je de moeder van je moeder? Oma

Wordt iets goedkoper met korting? Ja

Heeft een verkeerslicht drie of zes lichten? Drie

’s nachts…..is het dan donker of licht? Donker

Is oktober een seizoen of een maand? Maand

Wat doe je met een mes? snijden

Wat is eerder…acht uur of half negen? Acht uur

Waar woont een koning? Paleis


Nazeggen


Mijn vriend wacht buiten op mij

Wij vinden die man niet aardig

Haar vader is boos op de kinderen

Mevrouw Jansen gaat naar de tandarts

Die potlood is van hem

Wij hebben een klein huis gekocht

Ik was gisteren mijn boek vergeten

Ik breng mijn fiets naar de fietsenmaker

Mijn ouders gaan op bezoek bij de buren

Lisa heeft ruzie met haar oudere broer

Jij moet je bord leeg eten

Op de markt koopt zij altijd sinaasappels


Tegenstellingen


Meestal/soms

Lachen/huilen

dorp – stad

dapper – laf of bang

slordig – netjes

honger – dorst

arm – rijk

ziek – gezond

iets – niets

mannelijk – vrouwelijk


Kennis van de Taal


Nazeggen


Marianne is een meisje. Ze is twaalf jaar

De leraar geeft veel huiswerk.

Ik kan een beetje Nederlands schrijven

De treinen rijden naar die steden

Jullie vinden die boeken niet mooi

Ik praat liever niet tegen hem

Mijn sleutels liggen nog thuis

Mijn vader werkt bij de supermarkt

Wij krijgen morgen een examen voor wiskunde

Een bromfiets rijdt snel maar een motor rijdt sneller

Van al mijn vrienden is John de aardigste

Chinees is moeilijker dan Nederlands


Korte vragen


Wat kun je met een vork? eten

Iemand met een laag salaris verdient hij veel of weinig? Weinig

Heeft een mens vijf ogen? Nee

Hoe noem je de dochter van je oom? Nicht

Kan een paard mekkeren? Nee

Is roken gezond of ongezond? Ongezond

Wat doet een vogel? Vliegen

Vandaag is het vrijdag…overmorgen is het? Zondag

Schaatsen…doe je dat als het koud is? Ja

Wat kun je in een vaas zetten? Bloemen

Is een toorn laag? Nee

1 uur…is dat 60 minuten of 60 seconden? 60 minuten

Valt er sneeuw in de zomer? Nee

Kerst is dat in september of december? December


Nazeggen


De meester komt om negen uur op school

De jongens gaan vanmiddag voetballen

Jan staat naar de televisie te kijken

Wij proberen geen fouten te maken

We beginnen steeds in onze eigen taal te praten

De lerares belooft op bezoek te komen

Je hoeft bij deze dokter niet te wachten

Wij zitten gezellig samen te kletsen

We hebben in februari een week vakantie

We moeten morgen om drie uur bij de tandarts zijn

In Indonesië is het altijd warm

Mijn tante uit Amerika komt overmorgen


Tegenstellingen


ingang – uitgang

Mooi/lelijk

vet – mager

gierig – gul

verdrietig – blij

nu – straks

op – af

meest – minst

lengte – breedte

Geven/krijgen


Kennis van de Taal


Nazeggen


Het is niet waar wat je zegt!

Iedereen wil in augustus op vakantie

Hij is vandaag laat thuis gekomen

Fred moet deze week de boodschappen betalen

Heb jij dat gebouw zien afbranden?

Hij heeft een brief zitten schrijven

De zanger mag met een orkest optreden

Het ligt op de grond te tekenen

Ze zeggen dat geduld wordt beloond

Lag je tot negen uur te slapen?

U moet doorlopen tot aan het stoplicht

De tuinman heeft de planten verplaatst


Korte vragen


Schijnt de zon ’s nachts of overdag? Overdag

Wat kan een vliegtuig? Vliegen

Is een schaap jonger dan een lammetje? Nee

Wat is sneller…rennen of kruipen? Rennen

Is twintig minuten langer dan 30 minuten? Nee

Wat kan een vis? Zwemmen

Blind…is dat anders dan doof? Ja

Wat is korter……een jaar of een dag? Een dag

Is gras groen? Ja

Wat kun je met geld? Betalen

Een neef….is dat een man of een vrouw? Man

Het is nu oktober….volgende maand is het? November

Wat doet een hond? Blaffen

Gezond…is dat hetzelfde als ongezond? Nee


Nazeggen


Mijn vader heeft gisteren mijn haar geknipt

De tandarts heeft twee kiezen getrokken

Ze eten in Nederland veel aardappelen

Je mag in de bus niet roken

De fabriek ontslaat een aantal arbeiders

In Indonesië verbouwen ze veel rijst

Een auto rijdt een man aan

Ik beloof je morgen te bellen

Wat zou je doen als je rijk was?

De krant geeft commentaar op het nieuws

Ben je bang voor die grote hond?

De mens bestaat voor 70% uit water


Tegenstellingen


op – onder

dichtbij – veraf

Moe – uitgerust

eenvoudig – ingewikkeld

dames – heren

Vals/eerlijk

Eerste/laatste

Geen/wel

Leeg/vol

Ruw/glad


Nazeggen


Denk je aan je huiswerk?

Ik ben in het bezit van een nieuwe fiets

Hij is heel erg boos op zijn broer

Mijn ouders zijn erg gelukkig met elkaar

Henk zit steeds naar Tineke te gluren

De oude dame past op haar kleinkinderen

Hij lijdt aan een ernstige ziekte

Ik hoop op een goed cijfer

Die jongen is erg handig met naald en draad

Ik ben er niet in geïnteresseerd

Het is opgehouden met regenen

De studenten zien tegen de professor op


Korte vragen


Is je nicht de zoon van je tante? Nee

Is een hengst een man of een vrouw? Man

Heeft een mens vier of twee voeten? Twee

Kun je met een neus ruiken of zien? Ruiken

Is een appel groente of fruit? Fruit

Wat is langer een uur of 60 minuten? Even lang

Is de herfst kouder dan de zomer? Ja

Is eenvoudig hetzelfde als makkelijk? Ja

Tim is korter dan Jan…wie is het langst? Jan

Valt er sneeuw in de zomer? Nee

Wat is gezonder…patat of een peer? Peer

Wat kun je met een potlood? Schrijven

Wat kun je op een stoel? Zitten

Wat geeft een koe? Melk


Nazeggen


Bij dat ongeluk is hij aan de dood ontsnapt

Wij strijden voor een beter milieu

Ik schaam me voor mijn vuile handen

Het meisje leeft gescheiden van haar ouders

Hij is geslaagd voor zijn rijexamen

Oorlog is het tegenovergestelde van vrede

Ik reken op je hulp

Dieren vechten vaak met elkaar

Ik heb mij door vrienden laten verleiden tot gokken

Hij wordt verdacht van diefstal

De leerlingen barstten in lachen uit

Deze straat komt uit op het stationsplein


Tegenstellingen


bot – scherp

Slim/dom

Open/dicht

Bezig – klaar

Brengen – halen

veilig – onveilig

ochtend – avond

voor – tegen

daarna – daarvoor

Half/heel


Nazeggen


Ik ben niet tevreden met dit cijfer

Ik ben bezig met het schilderen van mijn huis

Sarah is blij met haar goede rapport

De regering heeft de uitkeringen verhoogd

Die jongens hebben ons bestolen

Onze flat kijkt uit op de markt

Zijn vrouw had voorkeur voor een huis buiten de stad

Veel mensen vluchten voor oorlogsgeweld

Mijn vriend is gek op speelfilms

Sommige mensen keuren dat gedrag niet goed

Ik twijfel aan de waarheid van dit verhaal

Nederland en Duitsland hebben tegen elkaar gevochten


Korte vragen


Is een sinaasappel paars of oranje? Oranje

Hoeveel vingers heeft een mens? Tien

Kan een haan een ei leggen? Ja

Wat is harder…schreeuwen of fluisteren? Schreeuwen

Welke maand komt na mei? Juni

Heeft een leeuw benen of poten? Poten

’s nachts…..is het dan donker of licht? Donker

Wordt iets duurder met korting? Nee

Wat doet een paard? Hinniken

Is sporten gezond of ongezond? Gezond

Welk getal is groter…55 of 65? 65

Is zuurkool groente of fruit? Groente

Wat kun je met een auto? Rijden

Wat doet een schilder? Schilderen

Tegenstellingen


later – vroeger

modern – ouderwets

zoet – zuur

voordeel – nadeel

slordig – netjes

winst – verlies

trouwen – scheiden

groeien – krimpen

opa – oma

honger – dorst


Nazeggen


Op de fiets moet je uitkijken voor auto’s

De rijke man deed zich voor als een bedelaar

We kijken uit naar de vakantie

Het meisje was trots op haar nieuwe schoenen

Ik heb trek in een loempia

Voor je vriend moet je opkomen

Zij heeft veel invloed op haar vriendin

Waar kijk je naar?

Je moet je niet met die jongen inlaten

Mijn moeder houdt veel van bloemen

Zullen we samen naar de bioscoop gaan?

Dat schilderij herinnert mij aan vroeger
eline saglik Brrnyksl


insallah bunun sayesinde arkadaslarimiz sinavi kazanir. ;)


kolay gele

Yorum Yaz

Yorum yazmak için üye girişi yapmanız gerekiyor.

Giriş Yap Üye Ol