Üyeliğinizle ilgili bir sorun yaşıyorsanız ufoss@dilogren.com adresinden bize ulaşabilirsiniz.
Dilogren.com Forum Arşivi
Hollanda • Yabancı Dil • Eğitim • Yaşam Arşiv: 2021 ve öncesi
Sponsorlarımız

Sinav sorulari ve ornekleri

Yorum için giriş yap 22 mesaj · 10.972 görüntülenme
zafer arkadasım yazdı:''ARKADASLAR SINAVDA CIKMASI KUVVETLI IHTIMAL OLAN SORULARI SONUNDA EKLEMEYI BASARDIM BIRAZ GECIKTIM KUSURA BAKMAYIN CUNKU RAPIDSHARE NASIL EKLENDIGINI BILMIYORDUM ORTAKOY KARDESIMINDE YARDIMIYLE HALLETTIM INSALLAH UMARIM HEPINIZIN ISINE YARAR HEPINIZE BASARILAR ALLAH YARDIMCINIZ OLSUN...'' (buyuk yazı ıcın kusura bakmayın buda önemlı .Arkadasımdan ızın aldım ve sızlerle paylasıyorum.)

arkadaslar bu soruları kursa gıden arkadasımdada aynısı var dıkkatlıce okuyun zaten soruların cogu benım verdıgım ve burdakı sorularla aynı tek tuk farklı sorular var rabbım herkesın yardımcısı olsun kolay gelsın rabbım herkese zıhın acıklıgı versın.

http://rapidshare.com/files/383014885/oefentoets_2.jpg.html

http://rapidshare.com/files/383016859/oefentoets_3.jpg.html

http://rapidshare.com/files/383017057/oefentoets_4.jpg.html

http://rapidshare.com/files/383017304/oefentoets_5.jpg.html

http://rapidshare.com/files/383017527/oefentoets_6.jpg.html

http://rapidshare.com/files/383017759/oefentoets_7.jpg.html

http://rapidshare.com/files/383017937/oefentoets_8.jpg.html

http://rapidshare.com/files/383018126/oefentoets_9.jpg.html

http://rapidshare.com/files/383018275/oefentoets_10.jpg.html

http://rapidshare.com/files/383018456/oefentoets_11.jpg.html

http://rapidshare.com/files/383018636/oefentoets_12.jpg.html

http://rapidshare.com/files/383018840/oefentoets_13.jpg.html

http://rapidshare.com/files/383018994/oefentoets_14.jpg.html
arkadaslar lınklerı yenıledım buyrun ınsallah bunda kolayca ındırır calısırsınız amın bu sorular ornek sorulardır kolay gelsın resım 1 http://rapidshare.com/files/388667084/1.bmp.html


2 http://rapidshare.com/files/388667792/2.bmp.html


3 http://rapidshare.com/files/388670863/3.bmp.html


4 http://rapidshare.com/files/388671893/4.bmp.html


5 http://rapidshare.com/files/388672658/5.bmp.html


6 http://rapidshare.com/files/388673251/6.bmp.html


7 http://rapidshare.com/files/388673245/7.bmp.html


8 http://rapidshare.com/files/388675280/8.bmp.html


9 http://rapidshare.com/files/388675293/9.bmp.html


10 http://rapidshare.com/files/388675500/10.bmp.html


11 http://rapidshare.com/files/388677089/11.bmp.html


12 http://rapidshare.com/files/388676883/12.bmp.html


13 http://rapidshare.com/files/388677054/13.bmp.html

rabbım herkesın yardımcısı olsun amın benımde kolay gelsın herkese
Arkadaşlar bunlar bu sayfaların ses cd lerıdır, bunları bır dosya halınde yukleyemedım ayrı ayrı yukledım sengul arkadasımızdan aldım ve yukledım saolsun allah razı olsun herkese kolay gelsın basarılar.

1 http://rapidshare.com/files/391393376/Nummer_01TGN_oefentoets_CD1_.wma.html

2 http://rapidshare.com/files/391394078/Nummer_02TGN_oefentoets_CD1.wma.html

3 http://rapidshare.com/files/391394674/Nummer_03TGN_oefentoets_CD1.wma.html

4 http://rapidshare.com/files/391408193/Nummer_04TGN_oefentoets_CD1.wma.html

5 http://rapidshare.com/files/391408956/Nummer_05TGN_oefentoets_CD1.wma.html

6 http://rapidshare.com/files/391409282/Nummer_06TGN_oefentoets_CD1.wma.html

7 http://rapidshare.com/files/391409786/Nummer_07TGN_oefentoets_CD1.wma.html

8 http://rapidshare.com/files/391410072/Nummer_08TGN_oefentoets_CD1.wma.html

9 http://rapidshare.com/files/391410722/Nummer_09TGN_oefentoets_CD1.wma.html

10 http://rapidshare.com/files/391411034/Nummer_10_TGN_oefentoets_CD2.wma.html

11 http://rapidshare.com/files/391411729/Nummer_11_TGN_oefentoets_CD2.wma.html

12 http://rapidshare.com/files/391412602/Nummer_12_TGN_oefentoets_CD2.wma.html

13 http://rapidshare.com/files/391412802/Nummer_13_TGN_oefentoets_CD2.wma.html

14 http://rapidshare.com/files/391415646/Nummer_14_TGN_oefentoets_CD2.wma.html

15 http://rapidshare.com/files/391426551/Nummer_15_TGN_oefentoets_CD2.wma.html

16 http://rapidshare.com/files/391427410/Nummer_16_TGN_oefentoets_CD2.wma.html

17 http://rapidshare.com/files/391427551/Nummer_17_TGN_oefentoets_CD2.wma.html

18 http://rapidshare.com/files/391428345/Nummer_18_TGN_oefentoets_CD2.wma.html
Arkadaslar ındıremıyenler ve ındırıpde okuyamayan kardesşlerım ıcın yazdım ve ısımden fırsat buldukca yazmaya calısacagım rabbım herkesın yardımcısı olsun basarılar

OEFENTOETS 1

A NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.zEG DE ZİN PRECİES NA.

1Weet stok vorzichtig.

2 Mijn mobiel is stuk.

3 Het geld ligt op tafel.

4Volgens mij is ze gescheiden.

5 Die opmerking viel helemaal verkeerd.

6 Hij heeft verstand van tuinieren

7 Deze broek staat me niet

8 Ik heb nooit geld bij me.

9 Het schilderij hangt in een museum.

10 De vrouw ruilt haar jurk in voor een andere.

11Ze heeft in haar nek een afschuwelijk litteken zitten.

12 Vandaag is het zo warm dat de mussen van het dak vallen.


B KORTE VRAGEN

U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.

1 Welke maand komt na augustus? September

2 Wat zit in portemonnee? geld

3 Zijn wielen rond of vierkant? rond

4 Wat smak zoet suiker of zoud? suiker

5 Wat doet met een oven? bakken

6 Wat doe je met een mond? praten of eten

7Hoe noem je de vader van je moeder? opa/grootvader

8 Is in de nacht lich of donker? donker

9Hoeveel centimeter is een meter? honderd

10Wat ıs groter een boom of een plant? een boom

11 Hoe noem je de groente verkopt? groenteman of groenteboer

12Welk seizoen komt na de lente? de zomer

13 Wat komt er aan de kraan? water

14 Wat doe je met een vork? eten /prinken.


C NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.

1Ik wil je even wat vragen.

2 Ik moet nog snel boodschappen doen.

3 Ik denk dat we naar rechts kunnen.

4 Schoonmaken doe ik niet voor mijn lol.

5Je zou vandaag een jas aan moeten doen.

6 Kunt u mij vertellen hoe laat het is?

7 İk hoop niet dat het straks gaat regenen.

8 Je zou het wat rustiger aan moeten doen.

9 Ik kom gelukkig nooit te laat op mijn werk.

10Ik had niets zo laat naar bed moeten gaan.

11Doe jij de deur op sloot als je straks vertreks?

12 De chirurg wist na de operatie niet wat hij moest zeggen.


D TEGENSTELLİNGEN

U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.

1 leeg-----------vol

2dood----------leven

3buiten _----------binnen

4 verboden----------toegestaan

5 altijd------------nooit

6 staan----------zitten

7op ----------onder

8 Rechts ---------links

9 niet -----------wel

10 snel---------langzaam/vlug

DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.
OEFENTOETS 2

A NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.

1 Pas toch op jerug!

2 We zitten in de wolken.

3 hij luistert naar het woord.

4Dat boek is lekker spannend.

5We praten erg weining met elkaar.

6Ze wil gezond en regelmatig leven.

7Blijf nou toch eens stil zitten.

8Hij heeft het hart op de tong.

9Op het balkon staat nog een parasol.

10 De timmerman meet de lengte van de balk.

11 Dat hangt onder andere van het weer af.

12Hij welgert om op anderen een beroep te doen.


B KORTE VRAGEN

U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.

1Hoeveel vingers (parmak)heeft een mens? 10 tien vingers

2Kan een vliegtuig(ucak) vliegen of varen? vliegen

3 Welke kleur hebben wolken(bulut) ,grijs of blauw? grijs

4Wat duurt langer(uzun)... een uur of een kwartier? een uur

5 Is een stoel (sandalye) om op zitten of om op te kijken? zitten

6Wat is sterker(daha fazla).... wind (rüzgar)of storm(fırtına9? storm(fırtına)

7 Hoe noem je de zoon van je oom(amca)? een neef(oglan yegen)

8Hoeveel neuzen(burun) heeft een mens(insan)? één neus

9 Kun je met een lepel(kaşık) eten of drinken? eten

10 İs een meisje een man of een vrouw ? een vrouw

11 Eet je 's ochtends(sabahları) een ontbijt of een lunch? ontbijt

12 Valt sneeuw(kar) in de zomer of in de winter? winter

13 Heeft een mens vijf handen of twee handen? twee handen

14 Kees ıs volwassene en Anne is een kind .... wie is het jongst? Anne


C NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.

1 je kunt de pot op.

2 Wij hebben zin in een spelletje.

3 Hij heeft genoeg van de melk.

4 Heleen jat iets uit de snoeptrommel.

5 Ga eens op je hurken zitten.

6 Geen idee wat dat moet kosten.

7Hij rent de benen uit zijn lijf.

8 Wij gunnen ons gewoon de tijd niet.

9 Hij houdt zijn kleine zusje in de gaten.

10 Mijn broertje doet voor spek en bonen mee.

11 Loop me toch niet altijd zo voor de voeten.

12 Het leren van een nieuwe taal valt niet mee.


D TEGENSTELLİNGEN

U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.

1 breed smal

2 scheef recht

3 gemeen eerlijk

4 ruw glad

5 somber vrolijk /blij

6 samen alleen

7 sterk slap/zwak

8 dalen stijgen

9 maximaal minimaal

10 onthouden vergeten

DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.
OEFENTOETS 3

A NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.zEG DE ZİN PRECİES NA.

1 Ik ben mijn stem kwijt.

2Het nummer is in gesprek.

3Soms zit hetflink tegen.

4Wat voeren jullie daar uit?

5Zij heeft de was al gedaan.

6 We hadden er geen erg in.

7Mijn dochter is gek op zuurkol.

8 Hij passeert mij met een rontgang.

9Het is niet altijd rozengeur en maneschijn.

10 Die kun je mooi in je zak steken.

11 je moet niet zo uit je slof schieten

12 Bij strenge vorst kun je beter een muts op je hoofd zetten.

B KORTE VRAGEN

U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.

1 Kun je kleren wassen of eten? Wassen

2Als Achmet minder weegt dan Jan ... wie ıs dan het zwaart? Jan

3 Zit een snor onder de neus of op de kin? neus

4 Wat doe je in de keuken? koken/eten maken

5 Is een kast een dier of een meubel? meubel

6 Hoeveel ogen heeft een mens? twee ogen

7 Is een appel goed of slecht voor de gezondheid? goed

8Hoeveel dagen heeft een jaar ? 365

9 Hoe noem je de man van je zus? zwager

10 Is een koe een mens of een dier? dier

11 Doe je een pet op je hoofd of op je arm? hoofd

12 Het is nu zes uur ... over twee uur is het? acht uur

13Woord je van veel patat slank of dik? dik

14 Als je honderd jaar bent ... ben je dan jong of oud? oud

C NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.

1 Ik heb kou gevat.

2 Mijn vriendin woont om de hoek.

3 Zit toch niet zo te zeuren.

4 Hij bidt vijf keer per dag.

5 Het buurmeisje past op de kinderen.

6 Ik bestel een blouse op internet.

7 Ik ben toe aan een flinke borrel.

8 Weet jıj eigenlijk wat een laptop is?

9 Deandijvie kost twee euro per kilo.

10 Volgens mij heeft hij een oogje op je .

11 De docent dreigde voor de klas in slaap te vallen.

12 Ik wil de cd hebben , want ik houd van deze zangeres.


D TEGENSTELLİNGEN

U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.

1 Liefde haat

2 donker licht

3 laat vroeg

4 iedereen niemand

5 vorige volgende

6 optimistisch pessimistisch

7 trouwen scheiden

8 omhoog omlaag

9 vast los

10 aankleden uitkleden

DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.
OEFENTOETS 4

A NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.zEG DE ZİN PRECİES NA.

1 Mijn moeder is nogal oud.

2Kees heeft verstand van computers.

3 Hij heeft zin in een biertje.

4İk hou hem goed in de gaten.

5 Ik heb er nu schoon genoeg van.

6 Het ergste is wel achter de rug.

7 Mijn chef is ergers in de zestig.

8 Zij houdt haar broertje vaao de gek.

9 Morgen moet hij op voor het examen.

10 Mijn dochter heeft her fietsen onder de knie.

11 je kunt hem vandaag beter met rust laten.

12 het lijkt op echt gras, maar het is kunst.

B KORTE VRAGEN

U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.

1 Schijnt de maan (ay) overdag of 's nachts? 's nachts

2Wat kun je maken met een kwast... een schilderij of een foto? schilderij

3 Is een paarse houd fantasie of werkelijkheid? fantasie

4Wie is er ouder :mijn vader of mijn moeder? mijn vader

5 Is een muis groot of klein? klein

6 Hoeveel oren heeft een dag? 24

7komt er uit de kraan alleen warm water? nee

8 Hoe noem je iemand die niet kan zien? blind

9 Is de zon rond of vierkant? rond

10 Wat duurt langer... een dag of een jaar? jaar

11 Welk seizoen is warmer... de herfst of de winter? de herfst

12 Trek ik een jas aan als iknaar buiten ga of als ik naar binnen ga? buiten

13 Is een broek kleiding of voedsel? kleding

14 Is moeder een broep? nee

C NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.

1 Zijn oom ligt op sterven.

2 Het joch was in tranen.

3 Ik heb genoeg van school.

4 Zij is zeker van haar zaak.

5 Ik ben trots op mijn zoon.

6 Hij heeft geen trek in kaas.

7 Dat komt mij absoluut niet uit.

8 Ik maak me zorgen om haar.

9 We hebben hier geen tijd voor grapjes.

10 In geval van nood moet je 1-1-2 bellen.

11 Er loopt een fluitende jongen in de gang.

12 De kinderen van mijn broer wonen op kamers.

D TEGENSTELLİNGEN

U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.

1 goedkoop duur

2 meestal soms/bijna nooit

3 aandoen uitdoen

4 voor achter/over/ na/tegen/

5 lang kort

6 ergens nergens

7 later eerder

8 ophalen wegbrengen

9 kopen verkopen

10 alleen samen

DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.
OEFENTOETS 5

A NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.zEG DE ZİN PRECİES NA.

1 Is het kwartje gevallen?

2 Ben je helemaal gek geworden?

3 İk geloof mijn ogen niet.

4 De vakantie is achter de rug.

5 Kijk eens, wie we daar hebben.

6 Wie A zegt moet ook B zeggen.

7 Hij is zo doof als een kwartel.

8 Je kunt geen ijzer met handen breken.

9 Die twee werken elke keer weer ruize.

10 zij gaan de bloemetjes flink buiten zetten.

11 Mijn zussen praten over koetjes en kalfjes.

12 Zij zitten met hun handen in het haar.

B KORTE VRAGEN

U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.

1 Waarvoor gebruik je geld... om te bakken of om op te betalen? betalen

2 Hoe noem je de dochter van je tante? nicht

3Hoe heet het als je geen haar(saç) op het hoofd hebt? kaal(kel)

4 Het is vandaag zaterdag...overmorgen is het? maandag

5 Heeft een paard benen of poten? poten

6Wat verkoopt een slager? vlees

7 Wat gebruikt eeen vogel om mee te vliegen? vleugels

8 Is zondag een werkdag of een vrije dag_? vrije dag

9Wat doe je meestal met een telefoon? bellen of praten

10 Welke kleur heeft een aardbei? rood

11Welk seizoen is het koudst? de winter

12 Hoeveel wielen heeft een fiets? twee wielen

13 Wat bakt een bakker? brood

14 Welke kleur heeft de luchtbij mooi weer? blauw

C NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.

1 Opschieten,tijd is geld!

2 Die vent stond behoorlijk vaar aap.

3Hij snapt niet hoe dan kan.

4Mijn auto is in perfecte staat.

5 Ik leer Nederlands voor mijn pleizer.

6 Ik zal het netjes voor u inpakken.

7 Ze doet het natuurlijk niet voor niks.

8Er komt nog é (euro)15 kosten bij.

9 Wij zijn vrienden door dik en dun.

10 Jullie hebben je vakantie lekker vroeg geboekt.

11 Het spijt me, İk kan nooit op woensdag.

12 Dat geintje is ontzettend uit de hand gelopen.

D TEGENSTELLİNGEN

U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.

1 rechtsaf ------------linksaf

2 vooruit ==========achteruit

3 broer ========== zus

4Tante ========= oom

5 toenemen=======afnemen

6 onder ======= boven/op

7 oorlogszuchtig===== vredelievend

8 goed ========= foud/slecht

9 Jongen========== meisje

10 Dochter ==== zoon

DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.
OEFENTOETS 6

A NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.zEG DE ZİN PRECİES NA.

1 De laptop is stuk.

2 Zij hebben altijd haast.

3 Pas goed op je broertje.

4 Raakt u niet in paniek.

5 Ga je mee naar buiten?

6 De zon gaat vanavond laat onder.

7 Tot nu toe heb je niets fout.

8 Ik hoor de klokken luiden in het dal.

9 Zoals het klokje thuis tikt,tikt het nergens.

10 We zwemmen alleen als het water warm is.

11 Je kunt niet op elke vraag een antwoord verwachten.

12 Het valt tegenwoordig niet mee om kinderen op te voeden.

B KORTE VRAGEN

U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.

1 İs een berg hoog of laag? hoog

2 Als iets kookt is het dan heet of koud? heet

3 Heeft een vogel vier poten of twee poten? twee poten

4 Wat is zoeter... jam of kaas? jam

5 Is een peer fruit of groente ?fruit

6 Wat is zwaarder...een pond of een ons? een pond

7 Het is nu vrijdag... eergisteren was het? woensdag

8Wie legt een ei, een kip of een konijn? een kip

9 Ben je gezond of ziek als je griep hebt? ziek

10 Mijn vader is langer dan mijn moeder... wie is het langst? vader

11 Is leraar een beroep? Ja

12 Wat is de eerste werkdag van de week? maandag

13 Welke kleur heeft een banaan? geel

14 Wanneer kun je schaatsen ,in de zomer of in de winter? in de winter

C NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.

1Deze winter is het erg koud.

2 Zijn verjaardag wordt altijd uitgebreid gevierd.

3Ik fiets elke dag ongeveer een uur.

4 Op zondag zijn de meeste winkels gesloten.

5 In de zomer gaan veel mensen op vakantie.

6 Bij de gemeente kun je je pasaport ophalen.

7Hij speelt op school altijd in de zandbak.

8 Het is erg belangrijk om Nederlands te leren.

9 Ik houd van spelletjes spelen op de computer.

10 In de heerfst vallen de blaadjes van de bomen.

11 Als je iets niet weet, dan moet je het vragen.

12 Om twaalf uur is het tijd om naar huis te gaan.

D TEGENSTELLİNGEN

U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.

1 hol =========== bol

2 komen========= gaan

3 ongeveer============ precies/bijzonder

4 neef========= nicht

5 eb========= vloed

6 mooi========== lelijk

7 geven====== nemen/krijgen

8 Vrrag ========antwoord

9 life========= stout

10 schoon === vies/vuil

DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.
OEFENTOETS 7

A NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.zEG DE ZİN PRECİES NA.

1 Ik heb zin in thee.

2 J e moet heel rustig blijven.

3 Zij wonen liever in een dorp.

4 Hij trok zijn kletsnatte jas uit.

5 Ik vind dat je vervelend doet.

6 Een sjaal doe je om je nek.

7 Die gordijnen passen niet in de slaapkamer.

8 Zijn auto moet onmiddelijk naar de garage.

9Hij houdt niet van dat soort tv programma's.

10Mijn vader heeft 25 jaar bij dat bedrijf gewerkt.

11 Ben je ooit bij een concert van de Stones geweest?

12 ık ben niet van plan om te stoppen met leren.

B KORTE VRAGEN

U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.

1 Is januari een seizoen of een maand? maand

2 Is een tante een mens of een dier? een mens

3 Wat is zoeter... melk of limonade? limonade

4 Hoeveel seizoenen heeft een jaar? vier seizoenen

5 Heeft de mens een lichaam? ja

6 Waar vind je kamers... in een huis of in een auto? in een huis

7 Wat is duurder ... een trui van é (euro) 5 of een trui van é 30? trui van é 30

8 Wat is de vierde maand van het jaar? april

9 Waar vind je een oven... in de keuken of in de woonkamer? in de keuken

10 Wat dragen veel mensen om hun linkerpols? horloge

11 Waarmee kun je beter kijken ... met een bril of met een pet? bril

12 Als ik doof ben , kan ik dan niet zien of niet horen? niet horen

13 Wat is groter ... een eekhoorn of een kikker? eekhoorn

14 Hoeveel vingers heeft een hand? vijf

C NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.

1 De auto remde plotseling.

2 Hij heeft liever een biertje.

3 Spreken is zilver, zwijgen is goud.

4 Mijn vrouw en ik wandelen graag.

5Het is maar hoe je het bekijkt.

6 Iemand die veel geld heeft, is rijk.

7 Wat is er met je aan de hand?

8 Ik ben beter in wiskunde dan in taal.

9 De jongen schopt de bal in het doel.

10 Die vier broers wonen samen onder één dak.

11 Er is geen postkantoor bij mij in de buurt.

12 Het lijkt wel of het in Nederland altijd slecht weer is.

D TEGENSTELLİNGEN

U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.

1 meer ========= minder

2 veel===== weinig

3eerste ====== laatste

4 langzaam ========= snel/vlug

5 praten ======== zwijgen

6 winnen ======= verliezen

7 vriend=========vijand

8 hoog==========laag

9 nooit===========altijd

10 vergeten======== onthouden

DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.
OEFENTOETS 8

A NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.zEG DE ZİN PRECİES NA.

1 Het lijkt wel zomer.

2 Een papegaai houdt van nazeggen.

3 Nou moet je eens goed luisteren...

4 Die niet waagt die niet wint.

5 Uit eten gaan kost nogal wat.

6 Een hond moet je elke dag uitlaten.

7 Het zou fantastisch zijn, als je meegaat.

8 Ik werk met vijftig man op één afdeling.

9 Op de basisschool zitten kinderen tot twaalf jaar.

10 Een goede buur is beter dan een verre vriend.

11 De kinderen willen altijd graag op het dorpsplein spelen.

12 Als je er niets van weet, kun je beter mond houden.

B KORTE VRAGEN

U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.

1 Wat doe je in een bed... slapen of koken? slapen

2 Hoeveel zijden heeft een driehoek? drie

3 Hoe smaakt suiker .... zoet of zuur? zoet

4 Hoe noem je het geluid dat een varken(domuz) maakt? knorren

5 Welk getal komt na negentien? twintig

6 Welke kleur heeft bloed? rood

7 Is je nichtje een jongen of een meisje? meisje

8 Kun je koek eten of drinken? eten

9 Is een gezicht vierkant of rond? rond

10 Wat is sneller... een trein of een scooter? trein

11 Welke maand komt na mei? juni

12 Staat een fornuis in de keuken of in de schuur? keuken

13 Is ijs warm of koud? koud

14 Woordt iets duurder als er korting op zit? nee

C NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.

1 Wil je dit pakje versturen?

2 Ze woont in een verzorgingsflat.

3 Hij keek wel op zijn neus.

4Daarvoor moet je op het pastkantoor zijn.

5 Vandaag heb ik anderhalve kılo peren gekocht.

6 Je moet je eerst aanmelden via internet.

7Alle kleine jongetjes willen graag bij de brandweer.

8 Ik ga uit in het centrum van de stad.

9 Die vind ik in de supermarkt veel te duur.

10 Dat is heel wat sneller dan met de auto.

11 Naar welke school gaat uw kind na de bassischool?

12 Ik ben met mijn neefje in de tuin aan het spelen.

D TEGENSTELLİNGEN

U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.

1 Traag=========== snel/ vlug

2 Eerlijk========= vals/gemeen/oneerlijk

3 vrede======== oorlog

4 niemand=== iemand/iedereen

5 straf === beloning

6 vrolijk=== somber/verdrietig

7stijgen = = = dalen

8 los = = = vals

9 makkelijk=== moeilijk

10 haten=== liefhebben/houden van

DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.
OEFENTOETS 9

A NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.zEG DE ZİN PRECİES NA.

1Het vriest vannasch matig.

2 Ik ga lopent naar de bakker.

3 U kunt telefonisch een afspraak maken.

4 Die twee meiden doen dezelfde studie.

5 Het parlement neemt vandaag een beslissing.

6 Je kunt hier verschillende opleidingen volgen.

7Een zoon woont nog bij ons thuis.

8 İk neem een aspirine tegen de hoofdpijn.

9 Loop me tocht niet zo voor de voeten.

10 Wij hebben flink met die tas lopen sjouwen.

11 In het weekend zijn de meeste mensen vrij.

12 De huisarts heeft elke dag tot tien uur spreekuur.

B KORTE VRAGEN

U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.

1 Waarme sneeuw het het meest... in de winter of in de lente? in de winter

2 Wat doe je uit een glas... eten of drinken? drinken

3Als je arm bent.. hab je dan veel geld of weining geld? weining

4 Wat doe je met een nagelschaar? nagels knippen

5 Is een bloemkool groente of fruit? groente

6 Zijn schoenen om op te lopen of om op te drinken? lopen

7 Wat is later... twaalf uur of half elf? twaalf uur

8 Welke jaargetijde komt er na de zomer? de herfst

9 Welke dieren leggen eieren... zoogdier of vogels? vogels

10 Is een stier mannelijk of vrouwenlijk? mannelijk

11 Wat doet een schilder? schilderen/verven

12Woon je onder een dak of op een koffer? dak

13 Kun je met een auto rijden of vliegen? rijden

14 Wat is kleiner... een lamp of een diepvrieskist? lamp

C NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.

1 Ben je soms gek geworden?

2 We delen onze keuken en badkamer.

3 Op mijn school zitten duizend leerlingen.

4Ik heb er geen snars van begrepen.

5 Wat was het resultaat van zijn toets?

6 Koop je daar ook kleren en schoenen.?

7 Ik heb het formuller op internet ingevuld.

8 Op zaterdag gaan we altijd naar de markt.

9 Schrijf u hier alstublieft uw persoonlijke gegevens op

10 Bij dat warenhuis zijn de gekste dingen te koop.

11 Als ik zware dingen koop, neem ik liever de bus.

12 Veel meer moeders dan vaders brengen de kinderen naar school.

D TEGENSTELLİNGEN

U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.

1 Kapot = = = heel

2 verliezen = = = winnen

3 omlaag = = = omhoog

4 bloot = = = gekleed

5 İnstappen = = = uitstappen

6 mals = = = taai

7 stout = = = lief/braaf

8 slapen = = = wakker zijn

9 uit = = = aan / in

10 speciaal = = = gewoon

DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.
OEFENTOETS 10

A NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.zEG DE ZİN PRECİES NA.

1 Vijf militaien raakten gewond.

2 Op het strand was het druk.

3 Onze dochter is vorige maand getrouwd.

4 Er is geen bal op de tv.

5 U krijgt over een paar dagen bericht.

6 Kaartjeskun je kopen bij de automaat.

7 De jongste kinderen zitten in groep een.

8 Nou zeg... jıj bent in een sportieve buil.

9 Je moet het papier in de map sloppen.

10 Voor postzegels moet je naar het postkantoor gaan.

11 Kip met appelmoes... daar houd ik helemaal niet van.

12 Mijn oma is wel tien jaar ouder dan mijn opa.

B KORTE VRAGEN

U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.

1 Wat is zuurder... een citroen of een peer? citroen

2 Kun je schaatsen bij koud weer of bij warm weer? koud weer

3Hoeveel dagen heeft een week? zeven

4 Op welke datum is het nieuwjaarsdag? 1 januari

5 Welke kleur heeft een tomaat? rood

6 Kan een paard hinniken of blaffen? hinniken

7 Als je een grroot gezin hebt,heb je dan veel of weinig kinderen? veel

8 Is een kerk een gebouw of een plant? gebouw

9 Wat doet een vis... zwemmen of sluipen? zwemmen

10 Wat doe je met een weegschaal? wegen

11 Is een kater een mannetje of vrouwetje? mannetje

12 Hoeveel seconden heeft een minuut ? zestig

13 Als het mistig is, heb je dan goed zicht of slecht zicht? slecht zicht

14 Waar haal je medicijnen ... bij de apotheek of bij de postkantoor? bij de apotheek

C NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.

1 Controleer even je mail.

2 De koffie staat op het aanrecht.

3Er kwam iemand voor een collecte.

4 Heb je vanavond het nieuws gezien?

5 Steeds vaker betalen mensen via internet.

6 Op tafel ligt nog wel een pen.

7 Je kunt best met de fiets gaan.

8 Mijn zusje van zeven kan nog niet lezen.

9 Een vlak land is een land zonder bergen.

10 Ik heb in de uitverkoop een broek gekocht.

11 Ik werk per dag acht uur, vijf dagen per week.

12 Groningen is een grote stad in het noorden van het land.

D TEGENSTELLİNGEN

U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.

1 jong oud

2 aankomst vertrek

3 inpakken uitpakken

4 zonnig bewolkt

5 laatst eerst

6 aanwezig afwezig

7 goedkleuren afkleuren

8 pech geluk

9 lichamelijk geestelijk

10 stilte lawai

DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.
OEFENTOETS 11

A NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.zEG DE ZİN PRECİES NA.

1Ik heb er tabak van.

2 Ik houd hem in de gaten.

3De oplader ligt in de la.

4 De arts zal u even onder zoeken.

5 Kleine dingen betaal je meestal contant.

6 Er staat een paard in de wei.

7Het ergste is nu achter de rug.

8 Morgen moet hij op voor het examen.

9Mijn partner is vandaag vijftig jaar geworden.

10 Wij werken de hele dag in die herrie.

11 Hij heeft nu echt wel genoeg liggen slapen.

12 Het duurde uren, voordat de file opgelost was.

B KORTE VRAGEN

U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.

1Wat is koud... water of vuur? water

2 Wat doe je meestal op een stoel? zitten

3 Hoeveel kwartier heeft een uur? vier kwarter

4 Is een klamp(kelepçe) een beroep of een ding? een ding

5 Hoe noem je het geduid dat een hond maakt? balffen /geblaf

6 Wie is jonger ... een peuten(cocuk) of een puber(ergen)? peuter

7 Is een trui kleding of voedsel? kleding

8 Welke kleur heeft een olifant? grijs

9 Waarop zie je hoe laat het is... op een horloge of op een stok? horloge

10 Wat vliegt er door de lucht ... een vogel of een boom ? vogel

11 Gebruikt een schilder een kwast of een hark? een kwast

12 Is een cd rond of vierkant? rond

13 Waaree kun je schrijven... met een potlood of met een stekker? potlood

14 Wat doe je met speelgoed? spelen

C NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.

1Hij is flink verkouden.

2 Dat ziet er slecht uit.

3 Sorry, ik heb geen idee.

4 Zij Houdt hem voor de gek.

5 İk ben klaar met mijn werk.

6 Hij hoest de longen uit zijn lijf.

7 Ik ben aardıg zeker van mijn zaak.

8 Zij is ontzettend trots op haar zoon.

9 Ik heb nu even geen tijd voor grapjes.

10 Dit boek is veel spannender dan de krant.

11 Verhuizen is voor veel mensen een bron van stress.

12 Mijn zoontje moest hard huilen, omdat hij zijn knuffel kwijt was.

D TEGENSTELLİNGEN

U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.

1 Hemel hel /aarde

2 plus min

3 zwart wit

4 krap ruim

5 saai spannend/hoeiend

6 later eerder/vroeger

7 voorop achterop

8 ziek gezond/beter

9 beginnen ophouden/eindigen

10 voordat nadat

DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.
OEFENTOETS 12

A NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.zEG DE ZİN PRECİES NA

1 Hij zit op rozen.

2 Het liep verkeerd af.

3 Mijn verstandskies is vanmorgen getrokken.

4 Heb ik iets van je aan?

5 Ik raad naar het goede antwoord.

6 Kijk eens even hoe laat het is.

7 Ik ga twee keer per week zwemmen.

8 We zouden naar de bioscoop kunnen gaan.

9 Die onderneming is een enorme strop geworden.

10Je kunt beter niet naar het strand gaan.

11 In het weekend zetten ze het op een zuipen.

12 Voor je het weet, is de vakantie achter de rug.

B KORTE VRAGEN

U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.

1Hoeveel benen heeft een mens? twee benen

2 Welk dier heeft een slurf? olifant

3 Welke dagen vallen in het weekend? zaterdag+zondag

4 Waarvoor gebruik je een pen? schrijven

5 Hoe noem je iemand die uit Nederland komt? Nederlander

6 Het is nu woensdag... gisteren was het? dinsdag

7 Welke kleur heeft melk? wit

8 Welk seizoen is het warmst? zomer

9 Hoeveel wielen heeft een schooter? twee wielen

10 Hoe heet iemand die auto's repareert? automonteur

11 Hoeveel minuten zitten er in een uur? 60 zestig

12 Waarmee kun je vla eten... met een lepel of met een mes? lepel

13 Wie werkt op de boerderij? boer/boerin

14 Welke kleur heeft een ananas? geel

C NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.

1De hond kan hard blaffen.

2 Hij houdt alles voor zich.

3 Hij heeft het helemaal gehad.

4 Wie is er aan de beurt?

5 Soory, ik kan nooit op dinsdag.

6 Volgens mij heb je groot gelijk.

7 Zij zijn vrieden voor het leven.

8 Ik heb vannacht bijna niet geslapen.

9 Ik doe er wel een paplertje om.

10 Hij wil er wel mee verdienen.

11 De meeste telefoons hebben tegenwoordig ook een camera.

12 Als iedereen een beetje doorwerkt,is het karwei in een mum geklaard.

D TEGENSTELLİNGEN

U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.

1 moeder vader

2 stroef glad

3 zwaar licht

4 bezet vrij

5 verschijnen verdwijnen

6 trekken duwen

7 slot begin

8 vertrouwen wantrouwen

9 slagen zakken

10 boven onder/beneden

DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.
OEFENTOETS 13

A NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.zEG DE ZİN PRECİES NA.

1 Het tocht hier.

2 Hoe kan dat nou?

3Ik mis vaak een sok.

4 Pas goed op je zusje.

5 Waar is dat nou weer goed voor?

6 Ga je straks even mee naar buiten.

7Tijdens de storm is de boom ontworteld.

8 Aan strijken heeft ze een enorme hekel.

9 Wat is er met je aan de hand?

10Je moet kloppen,voordat je naar binnen gaat.

11 Die twee zoeken voor de zoveelste keer ruize met elkaar.

12 Bij de ingang van de school is de kamer van de directeur.

B KORTE VRAGEN

U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.

1Wat is lichter... een ons of een kilo? een ons

2 Hoe noem je de moeder van je moeder? oma /grootmoeder

3 Wat is de laatste maand van het jaar? december

4Kun je rijst eten of drinken? eten

5 Hoe noem je het gebouw waar je films kunt bekijken? bioscoop

6 Als ik vrolijk ben... ga ik dan lachen of huilen? lachen

7 Wat is eerder... zes uur of half zeven? zes uur

8 Wat is gezonder... snoep of fruit? fruit

9 Is een werkloze iemand zonder werk? ja

10 Het is nu vrijdag... eergisteren was het...? woensdag

11 Welke kleur heeft een ijsbeer? wit

12 Wat doe je met een nietmachine? nieten

13 Hoe heet de woning van een koning? paleis

14 Een paar sokken ...hoeveelsokken zijn dat precies? twee

C NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.

1 Doe de deur dicht!

2 Dat zie je verkeerd.

3 Je moet naar deze bladzijde kijken.

4 Ik moet elke dag een uur fietsen.

5 Een ongeluk zit in een klein hoekje.

6 Je moet wel even de wc doortrekken.

7 Afgelopen winter is het erg koud geweest.

8 We zijn naar een te gek concert geweest.

9 In de zomer gaan veel mensen op vakantie.

10 De leerlingen lachen om de grap van de leraar.

11 Als je iets niet weet, dan moet je het vragen.

12 Ze gaan met de hele familie met het vliegtuig naar Canada.

D TEGENSTELLİNGEN

U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.

1 knap lelijk/dom

2 slordig netjes/precies

3 Probleem oplossing

4 rustig druk

5positief negatief

6 breken maken

7 blij verdrietig/somber

8 nauw breed/wijd

9 start finish/einde

10 roekeloos voorzichtig/oplettend

DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.
OEFENTOETS 14

A NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.zEG DE ZİN PRECİES NA.

1 Waar kijk je toch naar?

2 Ik heb trek in een loempla.

3We kijken uit naar de vakantie.

4 Dat schilderij herinert mij aan vroeger.

5 Mijn moeder houdt veel van bloemen.

6 Zij heeft veel invloed op haar vriendin.

7 Zullen we samen naar de bioscoop gaan?

8 Je vriend moet je altijd kunnen vertrouwen.

9 Je moet je niet met die jongen inlaten.

10 Op de fiets moet je uitkijken voor auto's.

11 Het meisje was trots op haar nieuwe schoenen.

12 De rijke man deed zich voor als een bedelaar.

B KORTE VRAGEN

U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.

1 Is een sinaasappel paars of oranje? oranje

2 Kruipen... is dat snel of langzaam? langzaam

3 Heeft een auto twee wielen of vier wielen? vier

4 Wat is harder ... schreeuwen of fluisteren? schreeuwen

5 Heeft een leeuw benen of poten? poten

6 Is een vlo(pire) groot of klein? klein

7Is sporten gezond of ongezond? gezond

8 Welk getal is groter...55 of 65? 65

9 Kun je met een neus ruiken of zien? ruiken

10 Hoe noemen grootouders de kinderen van hun kinderen? kleinkinderen

11 İs de herfst kouder dan de zomer? ja

12 Wat is gezonder ...patat of een peer? een peer

13 Wat geeft een koe? melk

14 Kun je met een potlood scrijven of schillen? scrijven

C NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.

1Die jongens hebben ons bestolen.

2 Veel mensen vluchten voor oorlogsgeweld.

3 Mijn vriend is gek op speelfilms.

4 De regering heeft de uitkeringen verhoogd.

5 Onze flat kijkt uit op de markt.

6 Ik ben niet tevreden met dit cijfer.

7Sarah is blij met haar goede rapport.

8 Sommige mensen keuren dat gedrag niet goed.

9 Die twee landen hebben tegen elkaar gevochten.

10 Ik twijfel aan de waarheid van dit verhaal.

11 Ik ben bezig met het verven van mijn schuur.

12 Zijn vrouw had liever een huis buiten de stad.

D TEGENSTELLİNGEN

U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.

1 Dag nacht

2 modern ouderwest

3 honger dorst

4 voorjaar najaar

5 aannemen toenemen/ontslaan

6 winst verlies

7 normaal gek/apnormaal/vreemd

8 Groeien krimpen

9 opa oma

10 soepel stug

DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.
OEFENTOETS 15

A NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.zEG DE ZİN PRECİES NA.

1Fergete je huıs werk nıet.

2 Het is opgehouden met regenen .

3 Ik ben er niet in geïnteresseerd .

4Mijn ouders zijn erg gelukkig met elkaar .

5Hij lijdt aan een ernstige ziekte

6Ik hoop op een goed gezeltijd

7Hij zit steeds naar Tineke te gluren

8De oude dame past op haar kleinkinderen .

9 De studenten zien tegen de professor op.

10Hij is heel erg boos op zijn broer .

11Ik ben een bezig met van mijn nieuwe fiets.

12Die jongen is erg handig met naald en draad .

B KORTE VRAGEN

U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.

1Schijnt de zon 's nachts of overdag? Overdag

2 Woon je in een flat of in een la? een flat

3Wie is jonger... een schaap of een lammetje? een lammetje

4Wat is sneller... rennen of kruipen? rennen

5 Wat duurt langer ...twintig minuten of een half uur? een half uur

6 Wat kan een vis er goed? zwemmen

7 Blind... is dat anders dan doof of is het hetzelfde? anders

8Wat is korter... een jaar of een dag? een dag

9 Wat is de kleur van gras? groen

10 Wat kun je doen moet geld? betalen

11 Een neef... is dat een man of een vrouw? een man

12 Het is nu october...volgende maand is het? november

13 Hoe het geluid dat een kat maakt? miauwen

14Is een broemen een meubel of een vervoermiddel? vervoermiddel


C NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.

1Ik woon naast de drogist .

2 Dieren vechten vaak met elkaar

3 Hij wordt verdacht van diefstal .

4De leerlingen barstten in lachen uit .

5Wij strijden voor een beter milieu .

6Hij is geslaagd voor zijn rijexamen .

7De oorlog heeft veel ellende veroorzaakt.

8Ik schaam me voor mijn vuile handen .

9 Het meisje leeft gescheiden van haar ouders .

10Deze straat komt uit op het stationsplein .

11Bij dat ongeluk is hij aan de dood ontsnapt .

12Ik heb mij door vrienden laten verleiden tot gokken .

D TEGENSTELLİNGEN

U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.

1bot scherp

2 slim dom

3 open dicht

4 brengen blussen

5 ochtend avond

6 pro onzin

7helder trobel

8 moe uitgeruis

9 vals echt

10 sterkte zwakte

DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.

=============Ortaköy/Aksaray=============
OEFENTOETS 16

A NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.zEG DE ZİN PRECİES NA.

1 Mijn sleutels liggen nog thuis.

2 Hoeveel verdien jij per uur?

3 Ik praat liever niet tegen hem.

4 De leraar geeft veel huiswerk op.

5 Jullie vinden die boeken niet mooi.

6 Mijn vader werk bij de supermarkt.

7 Ik kan een beetje Nederlands schrijven.

8 De treinen rijden vandaag niet op tijd.

9Wij hebben morgen een examen voor viskunnen.

10 Marianne is meisje, ze is twaalf jaar.

11Van al mijn vrienden is John de aardigste.

12 Een bromfiets rijdt snel, maar motor is rijdt sneller.

B KORTE VRAGEN

U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.

1 Wat gebruik je om het vlees mee te snijden? mes

2Iemand met een laag salaris... verdiend hij veel of weinig? weinig

3 Heeft een mes vijf ogen? nee

4 Hoe noem je de dochter van je oom? nicht

5 Waarmee sla je een spijker in het houdt? hamer(çekiç)

6 Is roken gezond of ongezond? ongezond

7 Wat doet een vogel in de lunct? vliegen

8 Vandaag is het vrijdag... overmorgen is het ...? zondag

9 Wat kun je in een vaas zetten? bloemen

10 Wat is hoger... een flat of een bingelon? flat

11 Een uur ..is dat zestig minuten of zestig seconten? zestig mınuten

12 Wat staat er in de woonkamer... een plant of een sruik? plant

13Wat doet een slang..kronkelen of rennen? kromkelen

14 Kerst.. is dat in septerber of desember? desember

C NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.

1 Mijn tante komt uit Spanje.

2 De jongens gaan vanmiddag voetballen.

3 In Indonesie is het altijd warm.

4 Wij proberen geen fouten te maken.

5Wij zitten gezellig samen te kletsen.

6 De lerares belooft op bezoek te komen.

7We hebben in februari een week vakantie.

8 Je hoeft bij deze dokter niet te wachten.

9 De meester komt om negen uur op school.

10 We beginnen steeds in onze eigen laat te praten.

11 Jullie moeten morgen om drie uur bij de tandarts zijn.

12Mijn ouders zitten elke avond naar de televisie te kijken.

D TEGENSTELLİNGEN

U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.

1 ingang uitgang

2 verdrietig blij/vrolijk

3meest minst

4 lengte breede

5 Theoretisch pesitisch

6 lachen huilen

7 dorp stad

8 dapper laf/ bang

9 dronken nuchter

10mannelijk vrouwelijk

DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.

=============Ortaköy/Aksaray=============
OEFENTOETS 17

A NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.zEG DE ZİN PRECİES NA.

1 Dat weet toch iedereen.

2 Op woensdagmiddag ga ik htckeyen.

3 Ik ga lopend naar de slager.

4 Ik begrijp het formulier niet helemaal.

5 Zet alsjeblieft het gehud wat zachier.

6 Ik hoor de wekker niet tekken.

7 Uw bankpas sturen wij via de post.

8 Je kunt ook telefonisct een asprak maken.

9 Mijn moeder brengt mij elke dag naar school.

10 Mijn huisarts is niet in het weekend breekbaar.

11 Op deze school kun je oom kappersopleiden volgen.

12ik ga samen met mijn vrieden op vakantie naar Spanje.

B KORTE VRAGEN

U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.

1Is een beker om op te eten of om op te drinken ? drinken

2Waar ga je naar toe als je ziek bent? dokter/naar het ziken huis of naar de huisarts

3Hoe noem je iemand die ramen lapt? glazemwasser

4Is een pannekoek rond of vierkant? rond

5 Waarmee eet je snoep? lepel(kaşık)

6Het is nu vrijdag... eergisteren was het ...? woensdag

7 Kan een brommer vliegen of rijden? rijden

8Is brocoli groente of fruit? groente

9 Is een mens een zoogdier? ja

10 Is een kip een mannetje of een vrouwtje ? vrouwtje

11 Warr wonen meer mensen... in een dorp of in een stad? stad

12 Waarmee kun je betalen... met een pasje of met een sleutel? pasje

13 Hoe laat is het om middenacht? twaalf uur

14 Welke kleur heeft een komkomer? groen

C NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.

1Ik spaar voor een brommer.

2 De peren zijn nog niet rijp.

3 Het vliegtuig landt op het vliegueld.

4 De soldaten vechten tegen de vijand.

5 Het kapotte schrijft ligt op de grond.

6 Tante Truus komt morgen bij ons eten.

7 De eend dobbert lekker in het water.

8Opa gaat naar het consulaat in Amsterdam.

9 Wij hebben vanmiddag in het bos gewandeld.

10 Vorig jaar gingen we met de hele familie.

11 In de zomer duiken de jongens in de riever.

12Dam hoort bij de stem van zijn vriend achter zich.

D TEGENSTELLİNGEN

U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.

1verzorgen verwaarlozen

2 Dichtbij ver(veraf)

3 zacht hard

4 nieuw oud

5 mis raak

6 druk stil/rustig

7gierig gul /vrijgevig

8 schriftelijk mondeling

9 oost west

10 hier daar

DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.

=============Ortaköy/Aksaray=============
OEFENTOETS 18

A NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.zEG DE ZİN PRECİES NA.

1 Elke plaats is makkelijk te bereiken.

2 Naar mijn mening wordt niet gevraagd.

3 Het geld komt dan op mijn rekening.

4 Hij rookt wel twintig sigaretten per dag.

5 Je kunt het baste via internet betalen.

6 In Nederland gebruiken we elke meter land.

7Het energiebedrijf betaal ik per twee maanden.

8 Het kind zuigt de limonede door een rietje.

9 Zij haalt suiker en koekjes, bij de supermarkt.

10 De koopman weegt de appels met een weegschaal.

11 Je zoekt dan in je portemonne naar munten.

12 Het is bekend dat er in Nederland geen bergen zijn.

B KORTE VRAGEN

U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.

1Wat doet een eend...varen of zwemmen? zwemmen

2 Is een cactus een plant of een dier? een plant

3 Wat doe je met een boek? lezen/studeren

4 Wat kun je doen met een camera? foto's maken/fotograferen/filmen/video opnemen

5Als het donker is... moet je het licht dan aandoen of uitdoen? aandoen

6 Is Parijs een stad of een land? stad

7 Kan een stier melk geven? nee

8 Wie is kleiner ... een mug of een paard? mug

9 In welk seizoen schijnt de zon het meest? de zomer

10 Krijg je op je verjaardag een cadeau of een bekeurig? cadeau

11 I s een kruk een meubel of een vervoormiddel? meubel

12 Welk beroep heeft iemand die haren(saç) knipt? kapper(berber)

13Waarmee schilje de aardappels? mesie

14 Zijn groenten gezonder dan snoep? ja

C NAZEGGEN

U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.

1 We zitten aan tafel.

2 Ik logeer bij mijn oma.

3 Hij studeert aan de universteit.

4 Ik geef dit boek aan jou.

5 Achter deze zin komt een punt.

6 Het schilderij hangt aan de muur.

7 Mijn vader is ergens in de vijftig.

8 Deze rechthoek is vier of vijf centimeter.

9 Ik ben eindelijk achter de waarheid gekomen.

10 Bij uitzondering hebben we vandaag geen huiswerk.

11 De leerlingen schulven de stoelen onder de tafels.

12 Bij het solliciteren moet je een schoon overhemd aantrekken.

D TEGENSTELLİNGEN

U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.

1 rijk arm

2 heden verleden

3 nat droog

4 rijdelijk vast/eeuwig

5 Horizontaal verticaal

6 weggooien bewaren

7 noord zuid

8 vuil schoon

9 schuin recht

10 voorin achterin

DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.

=============Ortaköy/Aksaray=============
Arkadaşlar Rabbime binlerce kez şükürler olsun sonunda hepsini yazdım .

Size başarılar diliyorum ,Rabbım yar ve yardımcımız olsun.

Rabbim zihin açıklıgı versın.

Allaha emanet olun .Ortakoy...

Yorum Yaz

Yorum yazmak için üye girişi yapmanız gerekiyor.

Giriş Yap Üye Ol