Üyeliğinizle ilgili bir sorun yaşıyorsanız ufoss@dilogren.com adresinden bize ulaşabilirsiniz.
Dilogren.com Forum Arşivi
Hollanda • Yabancı Dil • Eğitim • Yaşam Arşiv: 2021 ve öncesi
Sponsorlarımız

SOZLUK - TEKST - TUKCEDEN NL YE

Yorum için giriş yap 2 mesaj · 7.611 görüntülenme
Basiswoordenlijst Turks–Nederlands

abla (oudere) zus 1

acaba ik vraag me af of…, soms

acele haast(ig)

acı pijn, heet, bitter

aç honger

aç= openen

açık open

açıklama uitleg, verklaring

ad naam

ada eiland

adres adres

aferin goed zo!

affet= vergeven

afiyet olsun eet smakelijk!

ağabey/abi (oudere) broer

ağaç boom

ağır zwaar, serieus

ağız mond

ağla= huilen

ağrı= pijn doen (intr.)

ağustos augustus

ahlak zeden, moraal

aile gezin

ait behorend tot

ak wit

akciğer long

akıl verstand

akıllı verstandig, slim

akraba familielid

akşam avond

al= halen, nemen

alay ironie, spot, optocht

alçak laag

alış= wennen, gewend raken aan

alıştırma oefening

alışveriş boodschappen

Allah God

alt onder(kant)

altı zes

altın goud, gouden

altmış zestig

ama maar

amaç doel, ideaal

amca oom (van vaderskant)

an moment, tel

ana/anne moeder

anahtar sleutel

anayasa grondwet

ancak pas, slechts

anla= begrijpen

anlaş= overeenkomen, afspreken

anlat= vertellen, uitleggen

anne moeder


Basiswoordenlijst Turks–Nederlands


apartman flatgebouw

aptal dom, idioot, stommeling

ara tussenruimte, pauze

ara= zoeken

araba auto

aralık hiaat, spatie, december

arka achter(zijde)

arkadaş vriend, vriendin

armut peer

artık (uit)eindelijk, voortaan, overblijfsel

arzu wens, verlangen

asansör lift

asker militair, soldaat

aşağı beneden, onder

at paard

at= (weg)gooien

ata voorvader

ateş vuur, koorts

avukat advocaat

ay maan, maand

ayak voet

ayakkabı schoen

aydınlık (dag)licht, helderheid

ayıp schande(lijk)

ayır= splitsen, scheiden

ayırt= uit elkaar halen, reserveren

ayna spiegel

aynı (de)zelfde, gelijk

ayran yoghurtdrank

ayrı apart

ayrıl= scheiden, uit elkaar gaan

az weinig

azal= afnemen

baba vader

bacak been

bağlı gebonden

bahar voorjaar

bahçe tuin

bahset= praten over

bak= kijken, verzorgen

bakan minister

bakım zorg, standpunt

bakkal kruidenier

baklava zoet gebak van bladerdeeg

balık vis

balkon balkon

banka bank

banyo badkamer

bardak glas

barış vrede

bas= drukken, betreden

baş hoofd, kop

başar= slagen, lukken


Basiswoordenlijst Turks–Nederlands


başbakan premier

başka ander

başkent hoofdstad

başla= beginnen

başvuru aanvraag

bat= ondergaan (zon)

batı westen

bavul koffer

bay/bey heer

bayan vrouw

bayıl= flauwvallen

bayrak vlag

bazen soms

bazı sommige

bebek baby

beğen= bevallen, aanstaan, mogen

bekar ongehuwd, vrijgezel

bekle= wachten

belediye gemeente

belge document

belki misschien

belli blijkbaar, duidelijk

ben ik, moedervlek

benzer gelijk, soortgelijk

benzin benzine

beraber gezamenlijk, samen

berber kapper, barbier

beri sinds

beş vijf

bey (mijn)heer

beyaz wit

beyefendi (mijn)heer

bıçak mes

bırak= opgeven, (los)laten

biber peper, paprika

bil= weten

bile zelfs

bilet lot, biljet, ticket

biletçi kaartjesverkoper

bilgi informatie, kennis

bilgisayar computer

bin duizend

bin= instappen, bestijgen

bina gebouw

bir een, één

bira bier

biraz een beetje

biri iemand

birleşik verenigd

birlik eenheid

bisiklet fiets

bit= eindigen, aflopen

bitir= beëindigen, afmaken

3

Basiswoordenlijst Turks–Nederlands

biz wij

bluz blouse

boğaz keel, zeestraat

bol veel, overvloedig

borç schuld, lening

boş leeg

boy lengte, lichaam

boyun hals, nek

boz= kapot maken

bozuk kapot

bölge gewest, regio, gebied

bölüm gedeelte, hoofdstuk

börek gebak van bladerdeeg

böyle zo, op deze wijze

bu dit, deze

buçuk half (klokkijken)

bugün vandaag

bul= vinden

bulun= zich bevinden

buluş= elkaar ontmoeten

bulut wolk

burada hier

burun neus

buyur= bevelen, verordenen

buz ijs

buzdolabı koelkast

büro bureau, kantoor

bütün geheel

büyük groot

cadde straat

cami moskee

can ziel, leven

canım mijn liefje, schatje, mijn beste

canlı levend, levendig, beweeglijk

ceket colbert

cennet hemel, paradijs

cep zak

cevap antwoord

cuma vrijdag

cumartesi zaterdag

cumhuriyet republiek

cümle zin

çabuk snel

çağdaş hedendaags

çağır= roepen

çal= bespelen, stelen

çalış= werken

çalışkan ijverig

çalışma werk

çanta tas

çare oplossing

çarp= botsen, vermenigvuldigen

çarşamba woensdag

4

Basiswoordenlijst Turks–Nederlands

çarşı winkelstraat, bazaar

çatal vork

çay thee

çek= trekken

çeşit type, soort

çevir= omdraaien, vertalen

çevre omgeving, milieu

çeyrek kwart

çık= verlaten, uitkomen

çıkar= uittrekken, aftrekken

çıkış uitgang

çiçek bloem

çiftlik boerderij

çikolata chocolade

çirkin lelijk

çizgi streep, lijn

çocuk kind

çok veel

çorap sok, kous

çorba soep

çünkü want

dağ berg

daha nog

daima altijd, voortdurend

daire cirkel, bureau, appartement

dakika minuut

damat bruidegom, schoonzoon

dans dans

dar smal

davet uitnodiging

dayı oom (moederskant)

de= zeggen

dede opa

defa keer, maal

defter schrift

değer waarde

değil niet

değiş= veranderen

değişik verschillend, anders

delik gat

dene= (uit)proberen

deniz zee

derece niveau, graad

derhal ogenblikkelijk, onmiddellijk

derin diep

ders les

dert pijn, lijden

devam voortzetting, vervolg

devlet staat

dış buiten(kant), uiterlijk

dışarı buiten

diğer overige, andere

dikkat aandacht

5

Basiswoordenlijst Turks–Nederlands

dil taal, tong

dile= verzoeken, wensen

din geloof, religie

dinle= luisteren

dinlen= (uit)rusten

diş tand

doğ= geboren worden

doğa natuur

doğal natuurlijk

doğru juist, direct

doğu oosten

doğum geboorte

doksan negentig

doktor dokter

dokuz negen

dolap kast

dol= vullen

dolaş= ronddolen, zwerven

dolmuş minibus, gedeelde taxi

dolu vol

domates tomaat/en

dondurma ijs

dost vriend

dosya dossier

doy= verzadigd zijn

dön= draaien, terugkomen

dönüş terugkeer

dört vier

dudak lip

dur= stilstaan, stoppen

durak halte

durum toestand

duş douche

duvar muur

duy= horen, vernemen, voelen

duygu gevoel

düğün bruiloft

dükkan winkel

dün gisteren

dünya wereld

düş= vallen

düşman vijand

düşün= denken

düz glad, plat

eczane apotheek

efendi heer

efendim pardon, wat zegt u?, wat wilt u?, (bij het opnemen van de

telefoon:) hallo met wie spreek ik?

eğer als

eğitim onderwijs

eğlen= zich vermaken

eğlence plezier, vermaak

ek= planten, zaaien

6

Basiswoordenlijst Turks–Nederlands

ekim oktober

ekmek brood

eksik tekort, onvoldoende

ekşi zuur

el hand

elbette natuurlijk, toch

elbise jurk, gewaad

elçi ambassadeur, gezant

elektrik elektriciteit

elli vijftig

elma appel

emekli gepensioneerd

emin zeker

en meest, breedte

enerji energie

erkek man

erken vroeg

ertesi volgend

eser werk

eski oud

eş wederhelft, partner

eşya dingen, spullen, huisraad

et vlees

et= doen

etek rok

etraf omgeving

ev huis

evet ja

evlen= trouwen

evli gehuwd

evvel voordat

evvela aanvankelijk

eylem actie, handeling

eylül september

fabrika fabriek

faiz rente

fakat maar

fakir arm

faks fax

fakülte faculteit

fark verschil

fayda nut

fazla (te) veel

felaket ramp, tegenslag

fena slecht, erg

fırın oven, bakkerij

fiil werkwoord

fikir idee, gedachte

film film

fincan kopje

fiyat prijs

fotoğraf foto

garaj garage

7

Basiswoordenlijst Turks–Nederlands

galiba kennelijk, waarschijnlijk

garson ober

gazete krant

gazeteci journalist

gazino nachtclub

gece nacht

geç laat

geç= langskomen, oversteken, voorbijgaan

geçen vorig

geçir= doorbrengen

gel= komen

gelecek komende

gelin bruid, schoondochter

geliş= ontwikkelen

gemi schip

genç jong, jeugdig, tiener

gene (al)weer

genellikle in het algemeen

geniş breed

gerçek waarheid

gerek nodig, noodzakelijk

gerek= nodig/noodzakelijk zijn

geri terug

getir= (mee)brengen

gez= wandelen, bezichtigen

gibi als, zoals

gidiş vertrek

gir= binnengaan

giriş entree, binnenkomst

gişe loket

git= gaan

giy= aantrekken, kleden

giyin= zich aankleden

göğüs borst

gök hemel

göl meer (water)

gömlek overhemd

gönder= sturen

gör= zien

göre volgens

görev plicht

görüş= (be)spreken

götür= wegbrengen

göz oog

gözlük bril

gram gram

güç macht, kracht

gül roos

gül= lachen

gün dag

günaydın goedemorgen

güneş zon

güney zuiden

8

Basiswoordenlijst Turks–Nederlands

gündüz overdag

günlük dagelijks

gürültü lawaai

güt= hoeden

güzel mooi

haber nieuws

hafif licht

hafta week

hak recht

hakikaten inderdaad, werkelijk

haklı gelijk

hal toestand

hala tante (van vaderskant)

hâlâ nog steeds

halbuki echter, niettegenstaande

halı (vloer)kleed, tapijt

halk volk

hangi welke

hanım dame, vrouw

hanımefendi mevrouw

hani waar, welnu, waar dan, je weet wel

hareket beweging, vertrek

harita landkaart

harp oorlog

hasta ziek, zieke

hastabakıcı ziekenverzorg(st)er

hastane ziekenhuis

hat traject, linie, calligrafie

hatırla= zich herinneren

hava lucht, weer

havaalanı luchthaven

hayat leven

haydi kom op!

hayır nee, weldaad

hayvan dier

haz genot

hazır gereed, af, klaar

hazırla= (voor)bereiden, klaarmaken

hazine schat, schatkist

haziran juni

hediye cadeau

hele vooral

hem… hem zowel… als, bovendien

hemen meteen

henüz nog, tot nog toe

hep alle, altijd

her iedere

her halde in ieder geval, waarschijnlijk

herkes iedereen

hesap rekening

heyecan opwinding, sensatie

hırsız dief

hışırtı geritsel

9

Basiswoordenlijst Turks–Nederlands

hız snelheid

hiç (n)iets

hikaye verhaal

hisset= voelen

hoca leraar

hoş leuk, fijn, prettig

hükümet regering

hürriyet vrijheid

ısmarla= bestellen

ışık licht

iç inwendig, innerlijk, binnen(zijde)

iç= drinken

içecek drank

içeri binnen

için voor, ten behoeve van

içki alcoholische drank

idare bestuur, administratie

ihtiyaç behoefte

ihtiyar bejaard, oud

iki twee

iklim klimaat

ilaç medicijn

ile met, en

ileri naar voren, voorwaarts

ilginç interessant

ilk eerste

ilkbahar voorjaar, lente

imza handtekening

imzala= ondertekenen

in= landen, zakken, dalen, uitstappen (bus)

inan= geloven

ince dun, mager, tenger

insan mens

inşallah als God het wil

iptal opzegging

ise als is

isim naam

iskele aanlegplaats

istasyon station

iste= willen

istek wens, eis

iş werk, zaak

işçi arbeider

işit= horen

işte kijk eens hier!, zie daar!

it= duwen

iyi goed

iyilik goedheid

izin verlof, toestemming, vakantie

izle= volgen

kabul acceptatie, erkenning, aanvaarding

kaç hoeveel

kaç= vluchten, ontsnappen

10

Basiswoordenlijst Turks–Nederlands

kadar in de mate van

kadın vrouw

kağıt papier

kahvaltı ontbijt

kahve koffie, koffiehuis

kahverengi bruin

kalabalık druk, menigte

kal= blijven

kaldır= optillen

kale kasteel

kalem pen, potlood

kalın dik

kalk= opstaan

kalorifer verwarming

kalp hart

kan bloed

kanun wet

kapa= dichtdoen, sluiten

kapı deur

kapıcı portier, conciërge

kar sneeuw

kara zwart

karakol politiebureau

karanlık donker, duisternis

karar beslissing

kardeş broer, zus (jonger in leeftijd)

karı echtgenote, vrouw, (negatief: wijf)

karın buik

karış= bemoeien

karışık doorelkaar, gemengd, rommelig

karşı tegen

karşıla= tegemoetgaan, verwelkomen, ophalen

kasap slager

kasım november

kaş wenkbrauw

kaşık lepel

kat verdieping

kâtip schrijver, klerk, griffier

kavga ruzie

kavun (suiker)meloen

kaybet= kwijtraken

kaynak bron, las

kazan= winnen, verdienen

kazanç winst, verdienste

kebap geroosterd vlees

kedi kat

kelime woord

kendi zelf

kent stad

kere keer

kes= snijden, knippen, slachten

keyif vreugde

kır= breken, kwetsen

11

Basiswoordenlijst Turks–Nederlands

kırk veertig

kırmızı rood

kısa kort

kısım deel

kış winter

kıyı oever

kıyma gehakt

kız meisje, dochter

kız= boos worden

kızıl rood

kibrit lucifer

kilise kerk

kilim vloerkleed

kilo kilo

kilometre kilometer

kim wie

kimlik identiteit(sbewijs)

kimse (n)iemand

kira huur

kişi persoon

kitap boek

koca echtgenoot, man

kol arm (lichaamsdeel)

kolay eenvoudig

koltuk stoel

komşu buur

konferans conferentie

konser concert

konsolos consul

konu onderwerp

konuş= spreken

konuşma gesprek, voordracht

kork= bang zijn

koş= rennen

koy= (neer)leggen, (neer)zetten

koyu dik, stijf, donker

koyun ooi, schaap

köfte gehaktbal

kömür steenkool

köpek hond

köprü brug

köşe hoek

kötü slecht

köy dorp

köylü dorpeling

kulak oor

kullan= gebruiken

kum zand

kumaş stof

kur= oprichten, stichten

kurtar= redden

kuru droog

kuş vogel

12

Basiswoordenlijst Turks–Nederlands

kutla= feliciteren

kutu doos

kuvvet kracht, macht

kuzey noorden

küçük klein

kütüphane bibliotheek

lamba lamp

lazım nodig, benodigd

lezzetli smakelijk, lekker

liman haven

limon citroen

lira Turkse lire

lise lyceum

lokanta eethuisje, restaurant

lütfen alstublief

maalesef helaas

maaş loon, salaris

madem aangezien

maden delfstof

mahalle wijk

makale artikel

makina machine

mal goed, waar, eigendom

mana betekenis

manav groenteboer

manzara uitzicht, scène

mart maart

masa tafel

masraf uitgave

maşallah prima! fantastisch! schitterend!

mavi blauw

mayıs mei

meclis Tweede Kamer, parlement

mektup brief

memleket vaderland, landstreek (waar iemand vandaan komt)

memnun tevreden

memur ambtenaar

mendil zakdoek

merak nieuwsgierigheid

merdiven trap

merhaba goedendag, hallo

merkez centrum

mesele kwestie

meşgul bezig, bezet

meşhur bekend, beroemd

metre meter

mevsim jaargetijde

meydan plein

meyva/e vrucht, fruit

mezun ol= gediplomeerd zijn, afgestudeerd zijn

millet natie, volk

milyar miljard

milyon miljoen

13

Basiswoordenlijst Turks–Nederlands

mimar architect 690

misafir gast

mor paars, violet

mutfak keuken

mutlu gelukkig

müddet duur, poos

müdür directeur

mühendis ingenieur

mühim belangrijk

mümkün mogelijk

müracaat aanzoek, aanvraag

müsaade verlof, permissie

müslüman moslim

müşteri klant

müze museum

müzik muziek

nasıl hoe

ne wat

neden waarom, reden

nehir rivier

nerede waar

nereli waarvandaan afkomstig

niçin waarom

nisan april

nişanlı verloofd

niye waarom

nokta punt

normal normaal

numara nummer

o hij/zij/het, die, dat

ocak januari, fornuis

oda kamer

odun (brand)hout

ofis kantoor, bureau

oğlan jongen, zoon

oğul zoon

oku= lezen

okul school

ol= worden, gebeuren, zijn

olanak mogelijkheid

omuz schouder

on tien

onlar zij (3e persoon meervoud)

ordu leger

orta midden

otel hotel

otobüs bus

otomobil auto

otur= zitten, wonen

otuz dertig

oyna= spelen

oyun spel

öbür de andere

14

Basiswoordenlijst Turks–Nederlands

öde= betalen 743

ödev taak

öğle middag

öğren= leren

öğrenci student

öğret= onderwijzen

öğretmen onderwijzer

öl= doodgaan

ölçü maat

ölüm overlijden

ömür levensduur

ön voor(zijde)

önce eerst

önem belang

önemli belangrijk

öp= kussen

örtü kleed, bedekking

öyle zo, op die manier

öz eigen

özel speciaal

özgür onafhankelijk, vrij

özür excuus

pahalı duur

paket pakket

palto (winter)jas

pansiyon pension

pantalon, pantolon pantolon

para geld

parça deel

park park

parlak schitterend, glimmend

parmak vinger

pasaport paspoort

pasta taart

patates aardappel(len)

patron baas

pazar zondag, markt

pazartesi maandag

peki zeer goed

pembe roze

pencere raam

perde gordijn

perşembe donderdag

peynir kaas

piknik picknick

pilav rijstgerecht

pis vies, smerig

piş= koken, gaar worden

pişir= koken, bereiden

plaj strand

polis politie

portakal sinaasappel

posta post

15

Basiswoordenlijst Turks–Nederlands

postane postkantoor 796

profesör professor

pul postzegel, zegel

radyo radio

raf plank, rek

rağmen ondanks

rahat rustig

rahatsız onrustig, ongerust

rakı alkoholische anijsdrank, raki, "ouzo"

randevu afspraak

reçel jam

renk kleur

resim tekening, schilderij

rica verzoek

rüzgâr wind

saat uur, klok, horloge

sabah ochtend

saç haar

sade simpel

sağ rechts

sağlık gezondheid

saha veld

sahi strikt, echt

sahip eigenaar

salata salade

salı dinsdag

salon (huis)kamer

san= vermoeden, denken

sandalye stoel

sanki alsof

saray paleis

sarı geel

sat= verkopen

satıcı verkoper

satın al= kopen

savaş oorlog, strijd

say= tellen

sayfa bladzijde, pagina

sayın geachte

sebep oorzaak

sebze groente

seç= uitzoeken

sefer keer

sekiz acht

sekreter secretaresse

seksen tachtig

selam groet

sen jij

sene jaar

serbest vrij

sergi tentoonstelling

serin koel

sert hard

16

Basiswoordenlijst Turks–Nederlands

ses geluid

sev= houden van

sevgili lieve

sevin= blij zijn

sevinç vreugde

seyahat reis

seyret= toekijken, bekijken, (televisie) kijken

sıcak warm

sıfır nul

sık vaak, veelvuldig

sınav examen

sınıf klas

sıra rij, volgorde

sigara sigaret

simit rond broodje met sesamzaadjes

sinema bioscoop

siyah zwart

siz jullie, u

soğan ui, (bloem)bol

soğuk koud

sokak straat

sol links

son einde

sonbahar najaar, herfst

sonra later, daarna

sor= vragen

soru vraag

sorun kwestie, probleem

soyadı achternaam

söyle= zeggen

söz woord, belofte, uitspraak

sözlük woordenboek

spor sport

su water

sus= zwijgen

sür= (be)sturen, smeren, duren

süt melk

şair dichter

şaka grap

şapka hoed

şarkı liedje

şart voorwaarde

şaş= verbaasd zijn

şaşır= zich verwonderen

şehir stad

şeker suiker

şekerli met suiker, gesuikerd

şemsiye paraplu

şey ding, iets, dinges

şiir gedicht

şikayet klacht

şimdi nu

şirket firma

17

Basiswoordenlijst Turks–Nederlands

şiş opgezwollen

şişe fles

şoför chauffeur

şöyle zo, als volgt

şu die/dat daar

şubat februari

tabak bord

tabii natuurlijk

tahsil opleiding, studie

tahta hout, plank, schoolbord

taksi taxi

takvim kalender

tam precies, geheel

tamam af, klaar!, akkoord!

tane stuk(s)

tanı= kennen

tanış= kennismaken

Tanrı God

taraf kant, zijde, partij

tarih geschiedenis

taş steen

taşı= dragen

taşın= verhuizen

tatil vakantie

tatlı lekker, zoet, lief

tavuk kip

taze vers

tebrik felicitatie, gelukwens

tehlike gevaar

tek enig, enkel

teklif aanbod, voorstel

tekrar herhaling, weer

takrarla= herhalen

telefon telefoon

televizyon televisie

tembel lui

temiz schoon

temizle= schoonmaken

temmuz juli

tepe heuvel

tercih voorkeur

tercüme vertaling

terzi kleermaker

teşekkür dank

teyze tante (van moederskant)

tıraş het scheren

tiyatro theater

top bal

topla= verzamelen

toplantı vergadering, bijeenkomst

toprak aarde

tren trein

tuhaf vreemd, eigenaardig

18

Basiswoordenlijst Turks–Nederlands

turist toerist

turistik toeristisch

tut= (vast)houden

tuvalet toilet

tuz zout

tuzlu zout, gezouten

ucuz goedkoop

uç= vliegen

uçak vliegtuig

ufak klein

uğra= langsgaan

ulus natie

um= hopen

unut= vergeten

uyan= wakker worden

uygun gepast

uyku slaap

uyu= slapen

uzak ver

uzun lang

üç drie

ülke land

ümit hoop

üniversite universiteit

ünlü bekend, beroemd

üst, üzer boven(zijde)

üz= bedroeven

üzere op, om

üzül= verdriet hebben

üzüm druif

vakit tijd

vali gouverneur

vapur boot (pont in Istanbul)

var= aankomen

var aanwezig, er zijn, hebben

vatan vaderland

vazgeç= afzien van, opgeven

vaziyet omstandigheid

ve en

ver= geven

veya of

vur= slaan

ya of

yabancı vreemd, vreemdeling

yağ= neervallen

yağ olie

yağmur regen

yahut of

yak= aansteken

yakın nabij, dichtbij

yakıt brandstof

yalan leugen

yalnız alleen, echter

19

Basiswoordenlijst Turks–Nederlands

yan zij, zijkant

yan= branden

yanak wang

yani namelijk, met andere woorden, dat wil zeggen

yanlış fout

yap= maken, doen

yaprak blad

yardım hulp

yarı half

yarım half, helft

yarın morgen

yasak verboden

yastık kussen

yaş leeftijd, vocht

yaşa= leven

yaşlı oud

yat= gaan liggen, naar bed gaan

yatak bed

yavaş langzaam

yaz zomer

yaz= schrijven

yazar schrijver

yazı geschrift

yazık helaas

ye= eten

yedi zeven

yeni nieuw

yer grond, plaats

yeşil groen

yet= voldoende zijn

yetiş= op tijd zijn

yetmiş zeventig

yıka= wassen

yıkan= zich wassen

yıl jaar

yine toch, weer

yirmi twintig

yiyecek etenswaar

yoğurt yoghurt

yok afwezig, er niet zijn, nee

yoksa anders

yol weg, manier

yolcu reiziger

yolculuk reis, tocht

yolla= zenden, sturen

yorgun moe

yorul= moe worden

yönetici bestuurder

yönetim leiding

yumurta ei

yumuşak zacht

yurt vaderland, (studenten)huis

yüksek hoog

20

Basiswoordenlijst Turks–Nederlands


yüksel= (op)stijgen

yürü= lopen, wandelen

yüz honderd, gezicht

yüz= zwemmen

zahmet moeite

zaman tijd

zarar schade

zarf envelop

zaten trouwens

zavallı arme stumper

zayıf zwak, mager

zengin rijk

zeytin olijf

zil bel

ziyaret bezoek

zor moeilijk
TESEKKUR EDERIM COK ISIME YARIYACAK

Yorum Yaz

Yorum yazmak için üye girişi yapmanız gerekiyor.

Giriş Yap Üye Ol