ZETTEN, LEGGEN EN STOPPEN

ACTIE RESULTAAT

Object in verticale positie

Zetten Staan

Ik zet het glas op tafel. Het glas staat op de tafel.


Object in horizontale positie

Leggen Liggen

Ik leg de brieven op mijn bureau. De brieven liggen op mijn bureau.


Object in kleine ruimte

Stoppen, doen, steken Zitten

Ik stop de brieven in de la. De brieven zitten in de la.

Ik steek de sleutel in het slot. De sleutel zit in het slot.

Doe jij het geld in mijn portemonnee? Het geld zit in mijn portemonnee.


PRESENS VERLEDEN TIJD VOLTOOIDE TIJD

Leggen legd gelegd hebben

Liggen lag gelegen hebben

Zetten zette gezet hebben

Staan stond gestaan

Steken stak gestoken

Zitten zaten gezeten hebben

Stoppen stopte gestopt hebben
[kayan_yazi][/kayan_yazi]